Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Bonte mierlijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Bonte mierlijster | Myrmornis torquata

Wing-banded Antbird | Hormiguero alifranjeado

De bonte mierlijster is een gedrongen, kortstaartige miervogel die op de bosbodem leeft en daar met zijn lange snavel bladeren omgooit. Kenmerkend zijn de zwarte vleugeldekveren met brede okerkleurige banden en de zwart-wit geblokte halszijden. In het gidsgebied is hij plaatselijk en schaars, in Nicaragua en Panama.

Bonte mierlijster (Myrmornis torquata)
Foto: Ad Konings — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een reeks heldere, oplopende fluittonen die geleidelijk iets sneller en luider worden. Daarnaast een scherp, kort roepje.

Luister: ZangXC1151487

Opname: Paul Lenrumé — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm; staart kort en roodbruin. Bovendelen warm bruin met zwarte schubtekening op kruin en rug. Vleugeldekveren zwart met twee of drie brede okerbruine banden. Mannetje met zwarte keel en borst, begrensd door zwart-wit geschubde halszijden; buik grijs. Vrouwtje met kaneelbruine keel en borst in plaats van zwart. Rond het oog naakte blauwachtige huid. Snavel lang en vrij krachtig.

Verwarrings­soorten

De zwartkeelmierlijster Formicarius analis loopt eveneens over de bosbodem, maar houdt de staart rechtop, heeft geen vleugelbanden en een effen bruine bovenkant. Andere bodembewonende miervogels missen de combinatie van vleugelbanden en geblokte halszijden.

Leefgebied

Bodem van vochtig, altijdgroen laagland- en voetheuvelbos met een open onderlaag. Zoekt alleen of in paren tussen het bladafval naar insecten en andere ongewervelden door bladeren met de snavel opzij te gooien. Sluit zich zelden aan bij gemengde groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Plaatselijk aan de Caribische kant van Nicaragua en in Panama, vooral in het midden en oosten. Buiten het gidsgebied in het noordwesten van Colombia en, in een andere ondersoort, in het Amazonegebied en Guyana.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Wordt meestal eerst gehoord: de oplopende zang verraadt de vogel, die daarna vaak lang stil op de bosbodem blijft. Bekende plekken liggen in het bos van het Kanaalgebied en Darién in Panama.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het gidsgebied schaars en plaatselijk; gevoelig voor versnippering van bos.

Wetenschappelijke naam

Myrmornis torquata | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Formicarius torquatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myrmornis werd in 1783 ingevoerd door Hermann. Myrmornis is Grieks, van murmēx 'mier' en ornis 'vogel': 'miervogel'. torquata is Latijn voor 'met een halsband', naar de zwarte keel met witte zoom. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.