Alle soorten › Valkachtigen › Valken en caracara's › Bonte slechtvalk

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae

Bonte slechtvalk | Falco deiroleucus

Orange-breasted Falcon | Halcón pecho rufo

De bonte slechtvalk is een krachtige, donkere valk van tropisch bos met kliffen of hoge uitstekende bomen. Hij jaagt vanaf een hoge uitkijkpost op vogels zoals duiven, papegaaien en zwaluwen, die hij in snelle duikvlucht of achtervolging in de lucht slaat. In het gidsgebied is hij een zeldzame standvogel met naar schatting enkele tientallen paren, vooral in Belize, Guatemala en Panama.

Bonte slechtvalk (Falco deiroleucus)
Foto: Hector Bottai — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een schel, snel kek-kek-kek of kie-kie-kie rond het nest; daarnaast jammerende roepen bij het voeren.

Luister: ZangXC486989

Opname: Dante Buzzetti — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

33–40 cm, gedrongen, met een grote kop, brede vleugelbases, een vrij korte staart en grote, gele poten. Kap, wangen en bovendelen zijn blauwzwart. Keel en bovenborst zijn wit tot okerkleurig en worden door een brede oranjerode band begrensd; daaronder ligt een zwart vest met grove, okerkleurige of witte bandjes. Buik, dijen en onderstaartdekveren zijn diep roestrood. Jonge vogels zijn bruinzwart van boven, met een okerkleurige borst met donkere strepen. Het vrouwtje is duidelijk groter dan het mannetje.

Verwarrings­soorten

De vleermuisvalk Falco rufigularis lijkt er sterk op, maar is veel kleiner, met kleine poten, een fijner gebandeerd vest en een smallere of ontbrekende oranje band onder de witte keel. Grootte is alleen betrouwbaar als beide samen te zien zijn; let op de verhouding van kop, poten en snavel. De slechtvalk Falco peregrinus is van boven grijs, met een witte wang achter de zwarte baardstreep en een lichte onderzijde.

Leefgebied

Vochtig laaglandbos en heuvelbos en seizoensbos met kliffen, rotswanden, ravijnen of hoge uitstekende bomen, vaak bij rivieren; in Guatemala ook op de tempels van Maya-ruïnes in het bos. Broedt in een holte of op een richel in een rotswand. Jaagt boven het bladerdak en boven open plekken in het bos.

Verspreiding en trek

Zeer plaatselijk. De meeste paren broeden in het Mayagebergte en aangrenzende heuvels in Belize en in het noorden van Guatemala (Petén, waaronder Tikal). In het oosten van Panama (Darién) leeft een klein aantal paren. Uit het zuiden van Mexico, Honduras, Nicaragua en Costa Rica zijn alleen enkele, vaak oude waarnemingen bekend; in het grootste deel van het vroegere verspreidingsgebied in Midden-Amerika is de soort verdwenen. Buiten het gidsgebied zeer verspreid in tropisch Zuid-Amerika tot het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Tikal in Guatemala is een bekende plek: paren zitten soms hoog op de tempels of op dode boomtoppen erboven, vooral vroeg in de ochtend en laat in de middag. Een jagende vogel duikt vanuit grote hoogte op vogels boven het bladerdak.

Staat van instandhouding

Gevoelig. Bedreigd door ontbossing en verstoring van broedplaatsen; de populatie in Midden-Amerika is klein en wordt al tientallen jaren onderzocht en beschermd.

Wetenschappelijke naam

Falco deiroleucus | Temminck, 1825

Temminck beschreef de soort in 1825 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Falco werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Falco is Laatlatijn voor 'valk', van falx, falcis 'sikkel', naar de sikkelvormige klauwen van de vogel. deiroleucus is Grieks, van deirē 'hals, keel' en leukos 'wit', naar de witte keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Ilha de São Francisco, Santa Catarina, Brazilië.