Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Bonte stern

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Bonte stern | Onychoprion fuscatus

Sooty Tern | Charrán sombrío

De bonte stern is een middelgrote, zwart-witte stern van de open tropische zee. Hij landt zelden op het water en kan buiten de broedtijd maandenlang boven de oceaan blijven. Hij broedt in dichte, luidruchtige kolonies op oceanische eilanden en vist door visjes en inktvisjes van het wateroppervlak te pikken, vaak boven scholen tonijn.

Bonte stern (Onychoprion fuscatus)
Foto: Duncan Wright, USFWS — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Op en boven de kolonie dag en nacht een nasaal, drielettergrepig ker-wak-a-wak of wide-a-wake, waaraan de soort in het Engels de bijnaam wideawake dankt; ook harde alarmroepen.

Luister: VluchtroepXC620158

Opname: AUDEVARD Aurélien — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

33–36 cm zonder de verlengde buitenste staartpennen, met lange, spitse vleugels en een diep gevorkte staart. Bovendelen, vleugels en staart zijn zwart, met witte buitenranden aan de staart. Een brede witte voorhoofdsvlek reikt tot boven het oog, niet erachter, en een zwarte teugelstreep loopt van oog naar snavel. Onderdelen wit; de ondervleugel heeft witte dekveren en contrasterend donkere slagpennen. Snavel en poten zijn zwart. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn roetbruin met witte stippen op rug en vleugels, een lichtere buik en onderstaart en een minder diep gevorkte staart.

Verwarrings­soorten

De brilstern Onychoprion anaethetus is kleiner en slanker, met een grijsbruine rug die afsteekt tegen de zwarte kap, een lichte nekband en een smallere witte voorhoofdsvlek die als wenkbrauwstreep achter het oog doorloopt. Jonge bonte sterns lijken op de noddy Anous stolidus, die een egaal bruine buik, een lichte kruin en een wigvormige staart heeft.

Leefgebied

Open tropische en subtropische zee, ver uit de kust. Broedt in grote kolonies op de grond van oceanische eilanden en koraalriffen, op zand, tussen lage begroeiing of op kaal gesteente; het ei ligt in een ondiep kuiltje.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt in grote kolonies op de Revillagigedo-eilanden voor de Pacifische kust van Mexico en aan de Caribische kant op Arrecife Alacranes en andere riffen voor het schiereiland Yucatán. Elders in het gidsgebied vooral op open zee en vanaf de kust schaars; na orkanen en tropische stormen komen vogels soms ver landinwaarts terecht, tot op meren in het binnenland. Buiten het gidsgebied in alle tropische oceanen, met grote kolonies onder meer op de Dry Tortugas, in het Caribisch gebied, op Ascension en op eilanden in de Grote en de Indische Oceaan.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Pelagische boottochten en overtochten naar eilanden voor de kust bieden de meeste kans. Na de passage van een tropische storm loont het om kusten, lagunes en grote meren af te zoeken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De wereldpopulatie telt vele miljoenen vogels. Kolonies zijn plaatselijk afgenomen door het rapen van eieren en door ingevoerde ratten, katten en geiten op broedeilanden.

Wetenschappelijke naam

Onychoprion fuscatus | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Sterna fuscata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Onychoprion werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Onychoprion komt van het Griekse onyx 'nagel, klauw' en prion 'zaag'. fuscatus is Latijn voor 'donker gemaakt', bij fuscus 'donker', naar de roetzwarte bovenzijde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santo Domingo.