Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Witkapnoddy

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Witkapnoddy | Anous minutus

Black Noddy | Charrán-bobo negro

De witkapnoddy is een kleine, roetzwarte stern met een helderwitte kap en een lange, dunne snavel. In het gidsgebied broedt hij in grote aantallen op Isla del Coco, waar de nesten in bomen worden gebouwd. Elders is hij een schaarse verschijning op zee, meestal tussen groepen noddy's.

Witkapnoddy (Anous minutus)
Foto: Sirrob01 — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, ratelend krrr en kwetterende roepen, hoger en minder rauw dan die van de noddy; buiten de kolonie meestal stil.

Luister: RoepXC841103

Opname: Sreekar — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

35–37 cm, slank, roetzwart met een bruine zweem, en een helderwitte kap die scherp tegen de donkere teugel en nek afsteekt. Onder het oog een smalle witte halvemaan. De snavel is zwart, lang en dun, langer dan de kop. De staart is wigvormig en relatief kort, met een grijzige tint. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben een nog scherper afgetekende witte kap en lichte randen aan de bovendelen.

Verwarrings­soorten

De noddy Anous stolidus is groter, warmer bruin, met een kortere, dikkere snavel, een minder scherp begrensde, grijzige kruin, een lichtere ondervleugel en een langere staart. Tussen noddy's valt een witkapnoddy op door het kleinere formaat, de snellere vleugelslag en de opvallende witte kap. Jonge bonte sterns Onychoprion fuscatus hebben witte stippen op de bovendelen en een gevorkte staart.

Leefgebied

Open tropische zee rond eilanden, vooral boven diep water en riffen. Broedt in kolonies in bomen en struiken op oceanische eilanden, soms op richels van kliffen; het nest is een platform van bladeren, wier en uitwerpselen. Vist vaak dicht bij de broedplaats.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt in het gidsgebied op Isla del Coco (Costa Rica). Aan de Caribische kant schaars voor Quintana Roo, Belize en de Bay Islands van Honduras, en enkele keren voor Panama; de broedstatus aan deze kant is onzeker. Buiten het gidsgebied in de tropische Grote Oceaan, plaatselijk in de Indische Oceaan en in de Atlantische Oceaan, onder meer op eilanden voor Venezuela en in de Golf van Guinee.

  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Isla del Coco zijn de kolonies in de bomen langs de baaien goed te zien. Aan de Caribische kant loont het om groepen noddy's bij riffen en kapen na te lopen op een kleinere, zwartere vogel met een witte kap.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot. Op de broedeilanden zijn ingevoerde ratten en verlies van nestbomen de belangrijkste bedreigingen.

Wetenschappelijke naam

Anous minutus | Boie, 1844

Boie beschreef de soort in 1844 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Anous werd in 1826 ingevoerd door Stephens. Anous is Grieks voor 'dom, onnozel' — naar de tamheid waarmee noddy's zich door zeelieden lieten benaderen en vangen. minutus is Latijn voor 'klein', want hij is kleiner dan de Noddy (Anous stolidus). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Raine Island, Australië.