Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Noddy
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae
Noddy | Anous stolidus
Brown Noddy | Tiñosa común
De noddy is een donkerbruine stern met een lichte kruin en een wigvormige staart, die op eilanden en rotseilandjes voor beide kusten van het gidsgebied broedt. Hij vist dicht boven het water door kleine visjes en inktvisjes van het oppervlak te pikken, vaak waar tonijnen en andere roofvissen scholen visjes omhoog drijven. Buiten de broedtijd zwerft hij over open zee.
Geluid
Op de kolonie een laag, rauw, kraaiachtig karrk en grommende en ratelende geluiden; op zee meestal stil.
Opname: Alexander Schlatmann — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
38–45 cm, egaal donker chocoladebruin, met een witachtig grijze kruin die geleidelijk overgaat in de bruine nek, een smalle witte halvemaan onder het oog en een zwarte streep tussen oog en snavel. De snavel is zwart en vrij stevig, de poten zijn donker. De lange staart is wigvormig met een kleine inkeping aan de punt, niet gevorkt. In vlucht zijn de ondervleugeldekveren lichter bruin dan de slagpennen. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben een bruinere, nauwelijks lichte kruin en lichte randen aan de vleugeldekveren.
Verwarringssoorten
De witkapnoddy Anous minutus is kleiner en zwarter, met een langere, dunnere snavel, een scherper afgegrensde, helderwitte kap tot op de nek en een kortere staart. Jonge bonte sterns Onychoprion fuscatus zijn ook donkerbruin, maar hebben witte stippen op rug en vleugels, een lichte buik en onderstaart en een gevorkte staart.
Leefgebied
Open zee en kustwater, vooral boven riffen en waar scholen roofvissen jagen. Broedt in kolonies op rotseilandjes, koraalcays en kliffen, op richels en in spleten, op struiken of op de grond; het nest is een plat platform van takjes en zeewier. Rust op boeien, palen, drijfhout en boten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt op eilanden en rotseilandjes aan beide kanten van het gidsgebied: aan de Pacifische kant onder meer op de Revillagigedo-eilanden, op Isla del Coco en plaatselijk op eilandjes voor de kust van Mexico en Midden-Amerika, aan de Caribische kant op riffen en cays voor het schiereiland Yucatán, zoals Arrecife Alacranes. Elders langs beide kusten vooral op zee te zien, soms vanaf kapen en vanaf veerboten. Buiten het gidsgebied in alle tropische oceanen, in het Caribisch gebied op vrijwel alle grotere zeevogelkolonies.
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het meest kansrijk vanaf boten naar kolonie-eilandjes in de broedtijd, of vanaf kapen waar de vogels laag over het water foerageren. Op de kolonie zijn de vogels vaak weinig schuw; het knikken en buigen bij de balts is dan goed te zien.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot. Ingevoerde ratten en katten, het rapen van eieren en verstoring door bezoekers beïnvloeden plaatselijk het broedsucces op kleine eilanden.
Wetenschappelijke naam
Anous stolidus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Sterna stolida; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Anous werd in 1826 ingevoerd door Stephens. Anous is Grieks voor 'dom, onnozel' — naar de tamheid waarmee noddy's zich door zeelieden lieten benaderen en vangen. stolidus is Latijn voor 'dom, onnozel' — naar de tamheid van de vogels, die zich op zee gemakkelijk lieten vangen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit West-Indië.





