Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Bronsspecht

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Bronsspecht | Piculus chrysochloros

Golden-green Woodpecker | Carpintero verdidorado

De bronsspecht is een middelgrote, olijfgroene specht met een gele keel en een gele streep langs de halszijde. Hij heeft een groot verspreidingsgebied in Zuid-Amerika en bereikt in het oosten van Panama de noordgrens daarvan; in het gidsgebied is hij daardoor een schaarse soort van het laaglandbos van Darién. Hij foerageert hoog in de kronen en wordt gemakkelijk over het hoofd gezien.

Bronsspecht (Piculus chrysochloros)
Foto: Francisco V. Bezerra Neto — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. Een luide, schelle, iets dalende roep en een langgerekte, raspende reeks; roffelt in korte roffels.

Luister: ZangXC901175

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–23 cm. De bovendelen zijn effen olijfgroen met een bronzen glans. De keel is geel, en een brede gele streep loopt van de snavelbasis onder het olijfkleurige wangveld door naar de halszijde. De onderdelen zijn dicht gebandeerd in lichtgeel en olijf. Het mannetje heeft een rode kruin en nek en een rode baardstreep; bij het vrouwtje ontbreekt het rood op de kop. Het oog is licht.

Verwarrings­soorten

De streepwangspecht Piculus callopterus is kleiner, met fijne witte streepjes op de wangen, een olijfkleurige keel en roestbruine slagpennen; hij leeft vooral in de voetheuvels. De olijfrugspecht Colaptes rubiginosus heeft een grijze kruin, lichte wangen en een donkere keel. De vlekborstgrondspecht Colaptes punctigula heeft een witte wang, een gebandeerde rug en een gevlekte borst.

Leefgebied

Kroonlaag en middelste laag van vochtig laaglandbos, galerijbos en hoog secundair bos, in het gidsgebied vooral beneden ongeveer 600 m. Eet vooral mieren en termieten, die hij uit takken en uit boomnesten in de kronen hakt, vaak met gemengde troepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in het oosten van Panama: het oosten van de provincie Panamá (vallei van de Bayano) en Darién, inclusief de comarca Emberá. Buiten het gidsgebied in een groot deel van tropisch Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het laaglandbos van Darién, bijvoorbeeld rond El Real en langs de rivieren naar het Darién-park. Het loont om in gemengde troepen in de kronen te letten op een groene specht met een gele keel.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid in Zuid-Amerika; in Panama schaars en afhankelijk van laaglandbos, dat in het oosten van het land snel verdwijnt.

Wetenschappelijke naam

Piculus chrysochloros | (Vieillot, 1818)

Vieillot beschreef de soort in 1818 als Picus chrysochloros; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Piculus werd in 1824 ingevoerd door Spix. Piculus is een verkleinwoord van het Latijnse picus 'specht': 'spechtje'. chrysochloros is Grieks, van khrusos 'goud' en khlōros 'groen', naar het goudgroene kleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay en Brazilië.