Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Bronsstaartpluimkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Bronsstaartpluimkolibrie | Chalybura urochrysia

Bronze-tailed Plumeleteer | Colibrí patirrojo

De bronsstaartpluimkolibrie is een middelgrote, donkergroene kolibrie van de vochtige bossen aan de Caribische kant van Midden-Amerika, van Honduras tot Panama. Kenmerkend zijn de roze poten en de bronskleurige staart. De soort foerageert vooral in de ondergroei en de middelste lagen en verdedigt bloeiende planten tegen andere kolibries.

Bronsstaartpluimkolibrie (Chalybura urochrysia)
Foto: Hans Hillewaert — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, herhaald tsik en bij achtervolgingen een droog, ratelend gekwetter.

Luister: ZangXC261748

Opname: Olaf Jahn — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm, met een rechte tot licht gebogen zwarte snavel en roze tot roodachtige poten. Het mannetje is glanzend donkergroen, op de keel en borst blauwgroen glinsterend, met een bronskleurige tot koperpaarse staart en grijzige onderstaartdekveren met lichte randen. Het vrouwtje is groen van boven en grijs van onderen, met een bronzen staart met grijze toppen aan de buitenste pennen.

Verwarrings­soorten

De buffons pluimkolibrie Chalybura buffonii heeft een blauwzwarte staart, lange, zuiver witte onderstaartdekveren en donkere poten. Het mannetje van de kroonbosnimf Thalurania colombica heeft een violette buik en een diep gevorkte staart. De roodstaartamazilia Amazilia tzacatl heeft een rode snavel en een roodbruine staart.

Leefgebied

Vochtig laagland- en voetheuvelbos, vooral in de ondergroei en langs randen, open plekken en beken, en oud secundair bos, van zeeniveau tot ongeveer 900 m. Foerageert bij heliconia's en andere bloemen in de ondergroei en vangt kleine insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in het Caribische laagland en de voetheuvels van het oosten van Honduras, Nicaragua en Costa Rica, en in Panama op de Caribische helling en in het oosten op beide hellingen tot Darién. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en het noordwesten van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Costa Rica in het Caribische laagland, bijvoorbeeld rond Sarapiquí, bij heliconia's langs bospaden en aan bosranden. Vaak laag in de ondergroei, waar de bronzen staart opvalt als de vogel bij een bloem hangt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In geschikt bos vrij algemeen. Kap van laaglandbos treft de soort, maar hij komt ook voor in oud secundair bos en langs bosranden.

Wetenschappelijke naam

Chalybura urochrysia | (Gould, 1861)

Gould beschreef de soort in 1861 als Hypuroptila urochrysia; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chalybura werd in 1854 ingevoerd door Reichenbach. Chalybura is Grieks, van khalups, khalubos 'staal' en oura 'staart', naar de staalblauw glanzende staart. urochrysia is Grieks, van oura 'staart' en khrusos 'goud', naar de brons- tot goudglanzende staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit West-Colombia.