Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Bruine towie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Bruine towie | Melozone fusca

Canyon Towhee | Toquí pardo

De bruine towie is een grote, grijsbruine gors met een roestbruine kruin, die veel op de grond loopt in droog, rotsig terrein. Hij leeft in het zuidwesten van de Verenigde Staten en over een groot deel van het Mexicaanse hoogland. Rond dorpen en in parken wordt hij vaak vertrouwd.

Bruine towie (Melozone fusca)
Foto: Polinova — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks heldere, snelle tikken en fluittonen, als tsjili-tsjili-tsjili. De roep is een scherp tsjek of tsjip; paartjes begroeten elkaar met een opgewonden, piepend duet.

Luister: ZangXC1149459

Opname: Pat Goltz — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–23 cm. Lichaam grijsbruin met een warm roestbruine kruin, die soms een kort kuifje vormt. Keel bleek okerkleurig, omzoomd door een krans van fijne donkere streepjes. Midden op de borst een donkere vlek, buik lichter grijsbeige. Onderstaartdekveren kaneelkleurig. Staart vrij lang en donkerbruin. Snavel kegelvormig en grijs. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn vaag gestreept.

Verwarrings­soorten

De californische towie Melozone crissalis (alleen Baja California) is egaal bruiner, mist de roestbruine kruin en de borstvlek. De zwartkintowie Melozone aberti (Colorado-delta en noordwesten van Sonora) is kaneelbruin met een zwart gezicht rond de snavelbasis. De witkeeltowie Melozone albicollis (vooral Oaxaca) heeft een wittere keel, een okerkleurige vlek voor het oog en een bruine kruin.

Leefgebied

Droog, rotsig terrein met verspreide struiken: hellingen en ravijnen, halfwoestijngrasland met struiken, de randen van eiken- en jeneverbesbos en doornstruweel, tot ruim 2500 m. Ook in dorpen, tuinen, parken en rond boerderijen. Zoekt op de grond naar zaden en insecten, vaak door met beide poten tegelijk achteruit te krabben.

Verspreiding en trek

Zuidwesten van de Verenigde Staten. In het gidsgebied over het Mexicaanse hoogland en de aangrenzende hellingen, van Sonora, Chihuahua, Coahuila en Nuevo León zuidwaarts via Durango, Zacatecas, San Luis Potosí, Jalisco, Guanajuato en Querétaro tot Mexico-Stad, Hidalgo, Morelos, Puebla, het westen van Veracruz en het uiterste noorden van Oaxaca.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Mexico-Stad en omgeving algemeen in parken en op rotsige terreinen met struiken, zoals de lavavelden van de Pedregal. Zit vaak op een muur of rotsblok en loopt dan de grond af.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen en wijdverbreid; past zich goed aan aan dorpen en tuinen.

Wetenschappelijke naam

Melozone fusca | (Swainson, 1827)

Swainson beschreef de soort in 1827 als Pipilo fusca; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melozone werd in 1850 ingevoerd door Reichenbach. Melozone is Grieks, van mēlon 'wang' en zōnē 'gordel, band', naar de getekende wangen van de typesoort. fusca is Latijn voor 'donker, bruinig', naar het eentonig grijsbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Temascaltepec, staat México, Mexico.