Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Bruinkapstruikgors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Bruinkapstruikgors | Arremon brunneinucha

Chestnut-capped Brushfinch | Atlapetes gorra castaña

De bruinkapstruikgors is een grote Arremon-struikgors van de ondergroei van bergbos, met een kastanjebruine kap en een opgezette witte keel. Hij leeft op de bosbodem en krabt het bladstrooisel om. In het gidsgebied komt hij voor in de bergen van het midden van Mexico tot Panama.

Bruinkapstruikgors (Arremon brunneinucha)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zeer hoge, dunne en sissende tonen, zoals tsiet; de zang is een korte reeks hoge, ijle fluittonen, vaak in de schemering.

Luister: DuetXC1055910

Opname: Scott Olmstead — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18–20 cm. Kruin en nek kastanjebruin, aan de zijkanten smal goudgeel afgezet. Voorhoofd en gezicht zwart, met kleine witte vlekjes op het voorhoofd. Keel wit en vaak opgezet, daaronder een smalle zwarte borstband. Bovendelen donker olijfgroen. Flanken grijs tot olijfgrijs, buikmidden wit. Snavel zwart. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met een bruine kop en een geelachtige keel zonder borstband.

Verwarrings­soorten

De groenkapstruikgors Arremon virenticeps heeft een zwarte kop met olijfgroene strepen en geen borstband. De costaricaanse struikgors Arremon costaricensis heeft een zwarte kop met een grijze middenkruinstreep en grijze wenkbrauwstreep. De goudsnavelgors Arremon aurantiirostris is kleiner en heeft een oranje snavel. De grootpootstruikgors Pezopetes capitalis in het hooggebergte van Costa Rica en het westen van Panama is groter en grijzer, zonder witte keel.

Leefgebied

Ondergroei van vochtig bergbos en nevelwoud, ook pijn-eikenbos, oud secundair bos en schaduwrijke ravijnen, meestal tussen ongeveer 900 en 2500 m, plaatselijk lager of hoger. Zoekt op de grond naar insecten en zaden door met beide poten tegelijk achteruit te krabben in het bladstrooisel.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in de bergen van Mexico, van San Luis Potosí en Guerrero zuidwaarts door Veracruz, Oaxaca en Chiapas, en verder door de hooglanden van Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua en Costa Rica tot Panama. Buiten het gidsgebied in de Andes van Venezuela tot Peru.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vaak te zien op schaduwrijke bospaden in nevelwoud in de vroege ochtend, bijvoorbeeld in de bergen van Monteverde en Savegre in Costa Rica en in El Triunfo in Chiapas. Verraadt zich door het geritsel in het bladstrooisel.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen in bosrijke berggebieden; gaat achteruit waar bergbos wordt gekapt of versnipperd.

Wetenschappelijke naam

Arremon brunneinucha | (de Lafresnaye, 1839)

De Lafresnaye beschreef de soort in 1839 als Embernagra brunnei-nucha; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Arremon werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Arremon is Grieks, van arrhēmōn 'zwijgend, sprakeloos', naar Buffons 'Oiseau silencieux', een vogel die zelden te horen zou zijn. brunneinucha is Latijn, van brunneus 'bruin' en nucha 'nek', naar de kastanjebruine kruin en nek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Xalapa, Veracruz, Mexico.