Alle soorten › Zangvogels › Ovenvogels en muisspechten › Bruinkeelbladkrabber

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Bruinkeelbladkrabber | Sclerurus mexicanus

Tawny-throated Leaftosser | Tirahojas golianteado

De bruinkeelbladkrabber is een kleine, donkerbruine grondvogel van vochtig bos in de heuvels en bergen, met een roodbruine keel en borst. Hij loopt over de bosbodem en gooit met de snavel dode bladeren opzij om daaronder naar voedsel te zoeken. Hij is schuw en wordt meestal pas opgemerkt als hij met een scherpe roep laag wegvliegt.

Bruinkeelbladkrabber (Sclerurus mexicanus)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks van enkele hoge, klagende fluittonen die in toonhoogte dalen. De roep, vaak gegeven bij het opvliegen, is een scherp, schel tsiek.

Luister: ZangXC486640

Opname: Johan Chaves — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–16 cm. Bovendelen donker chocoladebruin, stuit roodbruin; staart kort en zwartachtig. Keel en borst warm roodbruin tot okerbruin, overgaand in de donkerbruine buik. Snavel lang, dun en licht gebogen, zwartachtig. Poten donker. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De schubkeelbladkrabber Sclerurus guatemalensis leeft vooral lager, in laaglandbos, en heeft een witachtige, donker geschubde keel, een kortere, rechtere snavel en geen roodbruine stuit. De grijskeelbladkrabber Sclerurus albigularis (Costa Rica en het westen van Panama) heeft een grijze keel die scherp afsteekt tegen een roodbruine borstband.

Leefgebied

Bodem van vochtig altijdgroen bos en nevelwoud in de voetheuvels en lagere bergen, plaatselijk ook lager; vooral in donker, ongestoord bos met een dikke strooisellaag. Zoekt insecten en andere ongewervelde dieren tussen en onder dode bladeren. Graaft voor het nest een gang in een aarden wal of oever.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Plaatselijk van het zuiden van Mexico (onder meer Veracruz, Oaxaca en Chiapas) door Guatemala, Honduras, Nicaragua en Costa Rica tot Panama. In Zuid-Amerika leven verwante populaties die tegenwoordig vaak als aparte soort of soorten worden behandeld.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden door in vochtig bergbos aandachtig te luisteren naar de dalende zang en naar het geritsel van omgewoelde bladeren. Opgeschrikte vogels landen vaak kort daarna op een lage tak of liaan.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Schaars en weinig opvallend; gevoelig voor het verdwijnen en versnipperen van bos.

Wetenschappelijke naam

Sclerurus mexicanus | Sclater, 1857

Sclater beschreef de soort in 1857 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sclerurus werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Sclerurus is Grieks, van sklēros 'stijf, hard' en oura 'staart', naar de stijve staartpennen. mexicanus betekent 'uit Mexico', naar de typelocatie bij Córdoba, Veracruz. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Córdoba, Veracruz, Mexico.