Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Bruinkopkolibrie
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Bruinkopkolibrie | Phaeoptila sordida
Dusky Hummingbird | Colibrí prieto
De bruinkopkolibrie is een doffe, grijsgroene kolibrie van de droge binnenlanden van het zuidwesten van Mexico. Hij komt nergens anders voor. Mannetje en vrouwtje lijken op elkaar, en geen van beide heeft een glanzende keel.
Geluid
Een droog, hard tsjit of tsjek, en een ratelend gekwetter bij achtervolgingen.
Opname: Isain Contreras Rodríguez — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
9–10 cm, met een rechte snavel waarvan de ondersnavel rood is met een donkere punt. De bovendelen zijn dof bronsgroen en de kop is donkerder grijsbruin, met een smalle witachtige streep achter het oog boven een donkere oorvlek. De onderdelen zijn effen grijs. De staart is dof bronsgroen tot donker, met grijze toppen aan de buitenste pennen. Mannetje en vrouwtje zijn vrijwel gelijk.
Verwarringssoorten
Het vrouwtje van de breedsnavelkolibrie Cynanthus latirostris heeft een duidelijker witte oogstreep, een frisser groene bovenkant en een blauwzwarte staart met witte toppen. Het vrouwtje van de goudkruinsmaragdkolibrie Cynanthus auriceps is kleiner en heeft een diep gevorkte staart. Het vrouwtje van de witoorsaffierkolibrie Basilinna leucotis heeft een brede witte oogstreep op een zwart masker en een gespikkelde onderkant.
Leefgebied
Droog struikgewas, doornstruweel, droog loofbos, open eikenbos, oeverbegroeiing en tuinen in de droge binnenlanden, ongeveer tussen 900 en 2200 m. Foerageert bij bloemen van struiken, agaven en bomen, en vangt kleine insecten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Endemisch voor het gidsgebied, en beperkt tot het zuidwesten van Mexico: het bekken van de Balsas en de droge binnendalen van Michoacán, Guerrero, Morelos, het zuiden van de staat México, Puebla en Oaxaca.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Algemeen in de vallei van Oaxaca, onder meer bij de archeologische vindplaats Monte Albán en rond Teotitlán del Valle, en in de droge dalen van Morelos. Vaak bij bloeiende struiken in tuinen en langs akkerranden.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. In geschikt droog terrein vrij algemeen, en hij komt ook goed voor in door de mens veranderd landschap.
Wetenschappelijke naam
Phaeoptila sordida | (Gould, 1859)
Gould beschreef de soort in 1859 als Cyanomyia (?) sordida; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phaeoptila werd in 1861 ingevoerd door Gould. Phaeoptila is Grieks, van phaios 'donker, grauw' en ptilon 'veer', naar het doffe verenkleed. sordida is Latijn voor 'vuil, smoezelig' (van sordes 'vuil'), naar het doffe, grijsbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Oaxaca, Mexico.




