Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Bruinkopkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Bruinkopkolibrie | Phaeoptila sordida

Dusky Hummingbird | Colibrí prieto

De bruinkopkolibrie is een doffe, grijsgroene kolibrie van de droge binnenlanden van het zuidwesten van Mexico. Hij komt nergens anders voor. Mannetje en vrouwtje lijken op elkaar, en geen van beide heeft een glanzende keel.

Bruinkopkolibrie (Phaeoptila sordida)
Foto: Leonel Roget — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, hard tsjit of tsjek, en een ratelend gekwetter bij achtervolgingen.

Luister: RoepXC618049

Opname: Isain Contreras Rodríguez — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9–10 cm, met een rechte snavel waarvan de ondersnavel rood is met een donkere punt. De bovendelen zijn dof bronsgroen en de kop is donkerder grijsbruin, met een smalle witachtige streep achter het oog boven een donkere oorvlek. De onderdelen zijn effen grijs. De staart is dof bronsgroen tot donker, met grijze toppen aan de buitenste pennen. Mannetje en vrouwtje zijn vrijwel gelijk.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje van de breedsnavelkolibrie Cynanthus latirostris heeft een duidelijker witte oogstreep, een frisser groene bovenkant en een blauwzwarte staart met witte toppen. Het vrouwtje van de goudkruinsmaragdkolibrie Cynanthus auriceps is kleiner en heeft een diep gevorkte staart. Het vrouwtje van de witoorsaffierkolibrie Basilinna leucotis heeft een brede witte oogstreep op een zwart masker en een gespikkelde onderkant.

Leefgebied

Droog struikgewas, doornstruweel, droog loofbos, open eikenbos, oeverbegroeiing en tuinen in de droge binnenlanden, ongeveer tussen 900 en 2200 m. Foerageert bij bloemen van struiken, agaven en bomen, en vangt kleine insecten.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied, en beperkt tot het zuidwesten van Mexico: het bekken van de Balsas en de droge binnendalen van Michoacán, Guerrero, Morelos, het zuiden van de staat México, Puebla en Oaxaca.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen in de vallei van Oaxaca, onder meer bij de archeologische vindplaats Monte Albán en rond Teotitlán del Valle, en in de droge dalen van Morelos. Vaak bij bloeiende struiken in tuinen en langs akkerranden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In geschikt droog terrein vrij algemeen, en hij komt ook goed voor in door de mens veranderd landschap.

Wetenschappelijke naam

Phaeoptila sordida | (Gould, 1859)

Gould beschreef de soort in 1859 als Cyanomyia (?) sordida; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phaeoptila werd in 1861 ingevoerd door Gould. Phaeoptila is Grieks, van phaios 'donker, grauw' en ptilon 'veer', naar het doffe verenkleed. sordida is Latijn voor 'vuil, smoezelig' (van sordes 'vuil'), naar het doffe, grijsbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Oaxaca, Mexico.