Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Bruinrugsolitaire

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Bruinrugsolitaire | Myadestes occidentalis

Brown-backed Solitaire | Clarín jilguero

De bruinrugsolitaire is een slanke lijster met een grijze kop en onderzijde en een olijfbruine rug en vleugels. Zijn lange, tinkelende zang, die als een waterval van tonen naar beneden loopt, is een van de bekendste vogelgeluiden van de Mexicaanse bergbossen. Hij leeft van het noordwesten en het oosten van Mexico tot Honduras.

Bruinrugsolitaire (Myadestes occidentalis)
Foto: Amado Demesa from DF, México — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een lange, versnellende, tinkelende en metaalachtige cascade van tonen die aarzelend begint en naar beneden loopt, vaak urenlang vanaf een verborgen plek. De roep is een nasaal, kort rreh of een hoog fluitje.

Luister: ZangXC1183475

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

20–22 cm. Slank, met een korte, zwarte snavel en een lange staart. Kop, keel en onderzijde grijs, de keel lichter; rond het oog witte boogjes boven en onder, en een smalle zwartachtige baardstreep. Rug en vleugels warm olijfbruin; in de vlucht een lichte band aan de onderkant van de vleugel. Staart grijs met witte buitenste staartpennen. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels bruin met okergele vlekjes.

Verwarrings­soorten

De leigrijze solitaire Myadestes unicolor is geheel leigrijs zonder bruine rug en zonder baardstreep, en leeft in vochtiger nevelwoud. De bergsolitaire Myadestes townsendi, in het noorden van Mexico, is geheel grijs met een volledige witte oogring en een okergele vleugelband. De grijze zijdevliegenvanger Ptiliogonys cinereus heeft een kuif, een gele onderstaart en een witte vlek in de staart.

Leefgebied

Vochtig en halfvochtig bergbos: pijn-eikenbos, eikenbos en nevelwoud, vooral met een dichte ondergroei, ook ravijnen en beboste barrancas, meestal tussen 600 en 3500 m. Buiten het broedseizoen deels naar lagere hoogten. Eet bessen en andere vruchten en insecten. Nestelt in een nis in een rotswand, een talud of een boom.

Verspreiding en trek

Komt alleen in het gidsgebied voor: in de bergen van Mexico, van het zuiden van Sonora en het zuidwesten van Chihuahua langs de Sierra Madre Occidental en van het zuiden van San Luis Potosí langs de Sierra Madre Oriental zuidwaarts, via Oaxaca en Chiapas tot in Guatemala, El Salvador en het midden van Honduras.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Meestal eerder gehoord dan gezien, onder meer in El Triunfo in Chiapas, in de Sierra Madre del Sur van Oaxaca en langs de weg van Durango naar Mazatlán. Zingt vaak vanuit een boom aan de rand van een ravijn en zit dan stil, half verborgen in het blad.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in geschikt bergbos. Wordt in delen van Mexico gevangen voor de handel in zangvogels.

Wetenschappelijke naam

Myadestes occidentalis | Stejneger, 1882

Stejneger beschreef de soort in 1882 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Myadestes werd in 1838 ingevoerd door Swainson. Myadestes is Grieks, van muia 'vlieg' en edestēs 'eter': 'vliegeneter'. occidentalis is Latijn voor 'westelijk', naar het verspreidingsgebied in West-Mexico. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tonila, Jalisco, Mexico.