Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Bergsolitaire

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Bergsolitaire | Myadestes townsendi

Townsend's Solitaire | Clarín norteño

De bergsolitaire is een slanke, grijze lijster met een lange staart en een opvallende witte oogring. Hij zit vaak rechtop en onbeweeglijk in de top van een boom en vangt insecten in de lucht. In de winter verdedigt hij een eigen territorium rond struiken met bessen. In het gidsgebied broedt een kleine populatie in de Sierra Madre Occidental; in de winter komen er vogels uit Noord-Amerika bij in het noorden van Mexico.

Bergsolitaire (Myadestes townsendi)
Foto: Polinova — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een heldere, hoge, enkele fluittoon hie, die in de winter urenlang met tussenpozen herhaald wordt. De zang is een lange, vloeiende reeks heldere, snelle en gevarieerde kwinkelerende tonen, vaak vanaf een hoge uitkijkpost of in de vlucht.

Luister: ZangXC1133658

Opname: Greg Irving — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–23 cm. Slank, met een kleine kop, een korte zwarte snavel en een lange staart. Bijna geheel grijs, met een opvallende witte oogring. Op de vleugel een okergele band op de basis van de slagpennen, in zit als een lichte vlek en in de vlucht als een brede band zichtbaar. Buitenste staartpennen wit. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels grijsbruin met dichte okergele en zwarte vlekjes.

Verwarrings­soorten

De spotlijster Mimus polyglottos heeft witte vlakken op de vleugel, een langere, gebogen snavel en geen duidelijke oogring. Het vrouwtje van de bergsialia Sialia currucoides is kleiner, heeft blauw in vleugel en staart en mist de okergele vleugelband. De bruinrugsolitaire Myadestes occidentalis heeft een bruine rug en vleugels en een donkere baardstreep, en leeft in vochtiger bergbos zuidelijker in Mexico.

Leefgebied

Broedt in open naaldbos en pijn-eikenbos in de bergen, vaak bij steile hellingen, rotswanden en wegbermen waar hij op de grond nestelt, in het gidsgebied meestal boven 2000 m. In de winter in open bos, jeneverbesstruweel en ravijnen met struiken die bessen dragen, ook in lager terrein. Eet in de zomer vooral insecten en in de winter bijna alleen bessen, vooral van jeneverbes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt in het westen van Noord-Amerika, van Alaska en het westen van Canada tot het zuidwesten van de Verenigde Staten, en in de Sierra Madre Occidental van Mexico, van Chihuahua en Durango tot Zacatecas. In de winter verspreid over het noorden van Mexico, van Baja California en Sonora tot Coahuila en Nuevo León, schaars tot in het centrale hoogland.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter vaak het eerst opgemerkt aan de herhaalde fluittoon; de vogel zit dan meestal hoog en vrij in een boom vlak bij struiken met bessen. Broedvogels zijn te vinden in de hoge bossen van de Sierra Madre Occidental in Durango.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid in Noord-Amerika; de Mexicaanse broedpopulatie is klein en plaatselijk, en gevoelig voor de kap van hooggelegen naaldbos.

Wetenschappelijke naam

Myadestes townsendi | (Audubon, 1838)

Audubon beschreef de soort in 1838 als Ptiliogony's Townsendi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myadestes werd in 1838 ingevoerd door Swainson. Myadestes is Grieks, van muia 'vlieg' en edestēs 'eter': 'vliegeneter'. townsendi eert de Amerikaanse natuuronderzoeker John Kirk Townsend (1809–1851), die het Noordwesten van de Verenigde Staten verkende. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Columbia River, bij Astoria, Oregon.