Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Bergsialia

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Bergsialia | Sialia currucoides

Mountain Bluebird | Azulejo pálido

De bergsialia is een slanke, langvleugelige lijster van open grasland en struikvlakten. Het mannetje is geheel hemelsblauw zonder oranje. Hij jaagt vaak biddend boven het gras en strijkt dan neer op een prooi. In het gidsgebied is hij een wintergast in het noorden van Mexico, soms in groepen van tientallen vogels.

Bergsialia (Sialia currucoides)
Foto: YellowstoneNPS — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

In de winter vooral een zacht, iets schor tjur of een dun few, vaak in de vlucht. Zingt in het gidsgebied zelden.

Luister: VluchtroepXC294915

Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

16–20 cm. Slanker en langer gevleugeld dan de andere sialia's, met een iets langere, dunne snavel en een vrij lange staart. Mannetje van boven hemelsblauw, van onder lichter blauw met een witachtige buik. Vrouwtje grijsbruin met een witte oogring, blauwe vleugels en staart en een grijsachtige, soms licht okerkleurig getinte borst. De lange vleugelpunten reiken tot ver over de staartbasis.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de blauwkeelsialia Sialia mexicana en dat van de roodkeelsialia Sialia sialis hebben een kastanjebruine of oranje borst. Vrouwtjes van die soorten hebben een duidelijker oranje borst, kortere vleugels en een gedrongener bouw. Een vrouwtje bergsialia kan aan een bergsolitaire Myadestes townsendi doen denken, maar die is groter, langstaartiger, heeft okergele vleugelbanden en witte buitenste staartpennen.

Leefgebied

In de winter open grasland, halfwoestijngrasland, struikvlakten met jeneverbes, akkers, weiland en braakliggend land, van laagland tot hoogvlakte. Jaagt op insecten door te bidden of vanaf een lage uitkijkpost; eet in de winter ook veel bessen, vooral van jeneverbes en maretak. Trekt rond in groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt in het westen van Noord-Amerika, van Alaska en het westen van Canada tot het zuidwesten van de Verenigde Staten. Overwintert van het zuidwesten van de Verenigde Staten tot het noorden van Mexico. In het gidsgebied vooral in het noorden van Baja California, Sonora, Chihuahua, Coahuila en Durango, schaarser zuidelijker tot Zacatecas en San Luis Potosí; het aantal wisselt sterk van jaar tot jaar.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter het best te vinden in de graslanden rond Janos in het noordwesten van Chihuahua, waar groepen langs de wegen op hekpalen en draden zitten of boven het gras bidden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid in Noord-Amerika; in het gidsgebied een wintergast in wisselende aantallen. Het omzetten van grasland in akkerland verkleint het geschikte wintergebied.

Wetenschappelijke naam

Sialia currucoides | (Bechstein, 1798)

Bechstein beschreef de soort in 1798 als Motacilla s. Sylvia Currucoides; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sialia werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Sialia komt van het Griekse sialis, een niet te identificeren vogel bij Athenaeus en Hesychius, zo genoemd naar zijn roep. currucoides betekent 'lijkend op curruca', van Linnaeus' naam voor de braamsluiper en het Griekse -oidēs 'gelijkend'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit westelijk Noord-Amerika (niet nader bepaald).