Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Canadese zanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Canadese zanger | Cardellina canadensis

Canada Warbler | Chipe de collar

De canadese zanger is een blauwgrijze zanger met gele onderdelen, een witte of gele bril en een ketting van donkere strepen over de borst. Hij broedt in Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten en overwintert vooral in de Andes van Zuid-Amerika. Het gidsgebied doorkruist hij op de trek, vooral langs de Caribische kant.

Canadese zanger (Cardellina canadensis)
Foto: lwolfartist — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een snelle, onregelmatige reeks heldere, tjilpende noten, vaak ingeleid door een los tsjip; op de voorjaarstrek soms te horen. De roep is een zacht tsjup of tjik.

Luister: ZangXC1087236

Opname: Sue Riffe — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–14 cm. Bovendelen egaal blauwgrijs, zonder vleugelstrepen. Een duidelijke bril: gele teugel en een witte oogring. Keel en buik geel, onderstaartdekveren wit. Het mannetje heeft een zwartachtig voorhoofd, een zwarte wangstreep en een ketting van zwarte strepen over de borst. Het vrouwtje en jonge vogels zijn doffer, met een grijzere kop en een vage, grijze borstketting.

Verwarrings­soorten

De magnoliazanger Setophaga magnolia heeft een gele stuit, witte vleugelstrepen en witte vlekken in de staart. De kentuckyzanger Geothlypis formosa heeft een olijfgroene rug, een gele wenkbrauwstreep en een zwarte bakkebaard, maar geen borstketting. De wilsons zanger Cardellina pusilla is olijfgroen van boven, zonder borststrepen, en heeft een gele onderstaart.

Leefgebied

Op de trek in de ondergroei van vochtig bos, secundair bos, bosranden en schaduwkoffie, van het laagland tot in het bergbos. Zoekt laag in de vegetatie naar insecten, vaak met opgeheven staart, en sluit zich aan bij gemengde groepen; vangt geregeld insecten in korte vluchten.

Verspreiding en trek

Broedt in Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten, zuidwaarts in de Appalachen. Overwintert vooral in de Andes van Colombia en Venezuela tot Peru, in kleine aantallen ook in Panama en Costa Rica. Trekt door het oosten van Mexico en langs de Caribische kant van Midden-Amerika; aan de Pacifische kant en op het schiereiland Yucatán schaarser.

  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het meest waargenomen in mei en september in vochtige bosranden op de Caribische hellingen, bijvoorbeeld in Veracruz en in Costa Rica; vaak samen met andere trekkende zangers in gemengde groepen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). De broedpopulatie in Noord-Amerika neemt al tientallen jaren af, onder meer door verlies van broedbos en van bergbos in het overwinteringsgebied.

Wetenschappelijke naam

Cardellina canadensis | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Muscicapa canadensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cardellina werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Cardellina is een verkleinwoord van het Italiaanse dialectwoord cardella 'putter'. canadensis is Latijn voor 'uit Canada'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Canada.