Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Catharinaparkiet
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Catharinaparkiet | Bolborhynchus lineola
Barred Parakeet | Perico barrado
De catharinaparkiet is een kleine, gedrongen, groene parkiet van de bergbossen, met fijne zwarte dwarsbandjes over het hele verenkleed en een korte, spitse staart. Hij leeft in groepen die onregelmatig door de bergen zwerven en zich concentreren waar bamboe massaal in zaad staat; daardoor is hij op één plek jarenlang afwezig en dan plotseling talrijk. In het gidsgebied komt hij voor van het zuiden van Mexico tot het westen van Panama.
Geluid
Een zacht, melodieus gekwetter en een fijn, herhaald tjie-tjie of tsjirr, vooral in de vlucht; groepen zijn vaak eerder te horen dan te zien, omdat ze hoog en snel overvliegen.
Opname: Fabrice Schmitt — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
16–17 cm. Grotendeels groen, op de onderdelen iets geler, met smalle zwarte dwarsbandjes op rug, flanken en onderdelen die van dichtbij als een fijne schubbentekening te zien zijn. De kleine vleugeldekveren vormen een zwarte schouderplek. De staart is kort en spits, groen met zwarte toppen. De snavel is licht hoornkleurig, de poten roze. De seksen lijken op elkaar; het mannetje heeft meestal meer zwart. In de vlucht snel en recht, in dichte groepjes die hoog over het bos trekken.
Verwarringssoorten
De Costa Ricaanse papegaai Touit costaricensis en de blauwvoorhoofdpapegaai Touit dilectissimus zijn even groot maar hebben een korte, rechte staart, rood of blauw aan de kop en rood op de vleugel, en missen de dwarsbandjes. De toviparkiet Brotogeris jugularis leeft lager, heeft een oranje kinvlek en bruine schouders en is niet gebandeerd. De hoffmanns parkiet Pyrrhura hoffmanni is groter, met een lange, roodachtige staart en geel in de vleugel.
Leefgebied
Nevelwoud en bergregenwoud, vooral waar bamboe (Chusquea) groeit, en pijn-eikenbos; meestal tussen 1000 en 3000 m, soms lager. Ook bosranden en open plekken met vruchtdragende bomen. Eet vooral bamboezaad, verder zaden, bloemen en vruchten, en zoekt zijn voedsel stil in het bladerdak of in het bamboe. Broedt in een boomholte.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Plaatselijk in de bergen van het zuiden van Mexico (Veracruz, Oaxaca en vooral Chiapas), Guatemala, Honduras, El Salvador (schaars) en Nicaragua, en in de hooglanden van Costa Rica en het westen van Panama (Chiriquí, Bocas del Toro en Veraguas). Overal onregelmatig en sterk wisselend in aantal. Buiten het gidsgebied in de Andes, van Venezuela en Colombia tot Peru en Bolivia.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In jaren waarin bamboe bloeit en in zaad schiet, verschijnen groepen in de bergbossen van Costa Rica en Chiriquí, onder meer rond de Cerro de la Muerte en de Volcán Barú. Meestal alleen te zien als overvliegende groepjes; het fijne gekwetter boven het bos verraadt ze.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Door het zwervende gedrag is de stand niet goed bekend. Gevoelig voor het verlies van bergbos.
Wetenschappelijke naam
Bolborhynchus lineola | (Cassin, 1853)
Cassin beschreef de soort in 1853 als Psittacula lineola; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Bolborhynchus werd in 1857 ingevoerd door Bonaparte. Bolborhynchus is Grieks, van bolbos 'bol, knol' en rhunkhos 'snavel', naar de korte, bolle snavel. lineola is Latijn voor 'lijntje', naar de fijne zwarte dwarsbandering over het groene verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Puente Nacional, Veracruz, Mexico.




