Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Chileense kievit

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Chileense kievit | Vanellus chilensis

Southern Lapwing | Avefría tero

De Chileense kievit is een grote, luidruchtige kievit van kort grasland. Vanuit Zuid-Amerika heeft hij zich in de afgelopen decennia via Panama noordwaarts over Midden-Amerika verbreid en inmiddels het zuiden van Mexico bereikt. Op weilanden, sportvelden en vliegvelden in Panama en Costa Rica is hij nu een vertrouwde verschijning. De vogels in het gidsgebied behoren tot de ondersoort Vanellus chilensis cayennensis.

Chileense kievit (Vanellus chilensis)
Foto: Murray Foubister — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zeer luidruchtig. Een hard, schel en herhaald kek-kek-kek, bij verstoring en rond het nest aanhoudend en vaak in de vlucht. Paren en groepen roepen ook 's nachts.

Luister: ZangXC1163742

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

32–38 cm. Een forse kievit met lange roze poten en een dunne, spitse zwarte kuif op het achterhoofd. Kop en hals zijn grijs, met een zwart voorhoofd en een zwarte keel die doorloopt in een brede zwarte borstplaat; de buik is wit. De rug is grijsbruin, met een bronsgroen glanzende vlek op de schouders. Het oog en de basis van de snavel zijn rood, de snavelpunt is zwart. Aan de vleugelboeg zit een scherpe rode spoor, bij een staande vogel soms zichtbaar. In de vlucht vallen de brede, ronde vleugels op: zwarte slagpennen, een brede witte band over de vleugeldekveren, een witte stuit en een zwarte staartband. Jonge vogels zijn doffer, met een kortere kuif en lichte veerranden.

Verwarrings­soorten

In het gidsgebied nauwelijks te verwarren. De killdeerplevier Charadrius vociferus is veel kleiner en bruin, met twee smalle zwarte borstbanden en een oranje stuit. De Caribische griel Hesperoburhinus bistriatus leeft in hetzelfde open terrein, maar is bruin gestreept, met grote gele ogen, een witte wenkbrauwstreep en geen kuif.

Leefgebied

Kort grasland in het laagland en op middelhoogte: weilanden, savanne, sportvelden, golfbanen, parken, de graszones van vliegvelden en wegbermen; ook de drogere randen van moerassen en rijstvelden. Foerageert lopend op insecten, wormen en andere ongewervelden. Broedt op de grond in een kaal kuiltje en verdedigt nest en jongen fel tegen mensen, honden en roofvogels.

Verspreiding en trek

Algemeen in Panama en Costa Rica, waar de soort zich vanuit Colombia heeft gevestigd. Daarna volgde de uitbreiding naar Nicaragua, Honduras, El Salvador, Guatemala en Belize. In Mexico wordt ze sinds het midden van de jaren 2010 regelmatig gezien, vooral in Chiapas, met losse waarnemingen in Oaxaca, Campeche en Quintana Roo. Buiten het gidsgebied in vrijwel heel Zuid-Amerika tot Vuurland.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op de grasvelden van vliegvelden, sportvelden en beweide vlakten in Panama en Costa Rica goed te zien, vaak in paren of kleine groepen; de vogels laten zich meestal eerst horen. Broedende paren vallen bij nadering luid roepend aan; afstand houden voorkomt dat eieren of jongen onbewaakt blijven.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort profiteert van ontbossing en de aanleg van weiland en breidt haar areaal in Midden-Amerika nog steeds naar het noorden uit.

Wetenschappelijke naam

Vanellus chilensis | (Molina, 1782)

Molina beschreef de soort in 1782 als Parra Chilensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Vanellus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Vanellus is Latijn voor 'kleine wan', een verkleinvorm van vannus 'wan'. chilensis betekent 'uit Chili', het land waaruit de soort werd beschreven. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Chili.