Alle soorten › Tinamoeachtigen › Tinamoes › Chocótinamoe

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Loopvogels en tinamoes Palaeognathae

Chocótinamoe | Crypturellus kerriae

Choco Tinamou | Tinamú del Chocó

De chocótinamoe is een kleine, donkere tinamoe met een zeer klein areaal in het Chocó-regenwoud aan weerszijden van de grens tussen Panama en Colombia. In het gidsgebied komt hij alleen in het zuiden van Darién voor. Hij is een van de minst bekende vogels van het gebied: schuw, zelden gezien en meestal alleen aan de roep vast te stellen.

Van deze soort bestaat geen foto van een levende wilde vogel met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.

Geluid

Een lage, zwakke, klagende fluittoon van drie tonen, die gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Roept vooral in de schemering; buiten de periodes waarin hij veel roept is de soort vrijwel niet te vinden.

Luister: ZangXC127751

Opname: Andrew Spencer — CC BY-NC-SA 3.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

25–27 cm; een kleine, gedrongen, vrijwel staartloze tinamoe met rode poten. De kruin is zwartachtig, de zijkant van de hals leigrijs en de keel witachtig. De bovendelen zijn donkerbruin met onduidelijke donkere bandering, de onderdelen donker bruingrijs. Het vrouwtje is donkerder dan het mannetje, met grovere bandering op de vleugeldekveren en de borst en grijzere flanken.

Verwarrings­soorten

De kleine tinamoe Crypturellus soui leeft in hetzelfde bos, maar is kleiner en lichter bruin, met een rossige buik, olijfgrijze poten en zonder grijze halszijde. De grote tinamoe Tinamus major is veel groter en olijfbruiner, met grijsblauwe poten. Andere Crypturellus-soorten met rode poten, zoals de grijsborsttinamoe Crypturellus boucardi, komen in Darién niet voor.

Leefgebied

Vochtig, groenblijvend regenwoud met een dichte onderlaag, van het laagland tot ongeveer 1500 m, met een voorkeur voor heuvel- en voetheuvelbos. Eet afgevallen vruchten van de bosbodem en lage struiken, en daarnaast ongewervelde dieren, knoppen, jonge bladeren, zaden en wortels. Het mannetje broedt de eieren van meerdere vrouwtjes uit in een nest op de grond in dicht struikgewas of tussen plankwortels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in het zuiden van Darién in Panama, in het gebied van de Cerro Pirre en het heuvelland langs de grens met Colombia. Buiten het gidsgebied in het noordwesten van het departement Chocó in Colombia. Het hele areaal is klein en slecht bekend.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste kans ligt in het Nationaal Park Darién, op de hellingen van de Cerro Pirre, in een periode waarin de tinamoes veel roepen; wanneer ze zwijgen is een waarneming vrijwel uitgesloten. Vroeg in de ochtend en in de schemering geduldig luisteren langs bospaden geeft de meeste kans.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De soort is van weinig plaatsen bekend en heeft een kleine populatie in een klein areaal. Bedreigingen zijn de aanleg van wegen, nieuwe nederzettingen, houtkap, mijnbouw en jacht, die het bos aan de randen van het areaal langzaam doen verdwijnen.

Wetenschappelijke naam

Crypturellus kerriae | (Chapman, 1915)

Chapman beschreef de soort in 1915 als Crypturus kerriae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Crypturellus werd in 1914 ingevoerd door Brabourne, WWK-H & Chubb. Crypturellus is een verkleinvorm van het oudere tinamoegeslacht Crypturus (Grieks kruptos 'verborgen' en oura 'staart'): 'kleine verborgenstaart'. kerriae eert de Amerikaanse reiziger en verzamelaar Elizabeth Lee Kerr (1857–1936), die in tropisch Amerika verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Baudó, Chocó, Colombia.