Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Cocosvink
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Cocosvink | Pinaroloxias inornata
Cocos Finch | Pinzón de la isla del Coco
De cocosvink komt alleen voor op het Isla del Coco, een afgelegen eiland van Costa Rica in de Grote Oceaan. Het is een verwant van de darwinvinken van de Galápagoseilanden en de enige soort van die groep buiten die eilanden. Het mannetje is geheel zwart, het vrouwtje bruin gestreept. Op het eiland is de soort algemeen en weinig schuw.
Geluid
De zang is een snelle, hoge en dunne reeks fluitjes en trillers, met regionale verschillen op het eiland. De roep is een kort, scherp tsiep.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
11–12 cm. Spitse, iets gebogen snavel, langer en dunner dan bij de meeste zaadeters; zwart bij het mannetje, lichter en geelachtig aan de basis bij het vrouwtje. Het volwassen mannetje is egaal dof zwart. Het vrouwtje en jonge vogels zijn van boven bruin met donkere strepen en van onderen lichtbruin tot okerkleurig met donkere strepen op borst en flanken. Jonge mannetjes krijgen het zwarte kleed geleidelijk en zijn een tijd gevlekt.
Verwarringssoorten
Op het eiland komen geen andere zaadeters regelmatig voor. De cocostiran Nesotriccus ridgwayi is olijfgrijs met vleugelstrepen en een platte snavel en vangt insecten in de vlucht. De cocoskoekoek Coccyzus ferrugineus is veel groter, met een lange staart. Dwaalgasten van het vasteland, zoals de indigogors Passerina cyanea, hebben een kortere, kegelvormige snavel.
Leefgebied
Alle begroeiing op het eiland, van strand en kustbos tot het vochtige bos en nevelwoud op de hoogste delen, ook rond de gebouwen van de parkwachters. Zoekt op zeer uiteenlopende manieren voedsel: insecten, spinnen, nectar, zaden en vruchten, op de grond, in bomen en bloemen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Endemisch op het Isla del Coco, ongeveer 500 km ten zuidwesten van het vasteland van Costa Rica. Het eiland is een nationaal park en is alleen per boot bereikbaar.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De cocosvink is te zien vanaf de landingsplaatsen en de paden bij de baaien, waar de vogels vaak tot dicht bij mensen komen. Een bezoek vraagt een meerdaagse boottocht en toestemming van de parkdienst.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (VU). Het hele verspreidingsgebied beslaat één klein eiland. De aantallen lijken stabiel, maar uitgezette dieren zoals ratten, katten, varkens en herten vormen een risico door predatie en aantasting van de vegetatie.
Wetenschappelijke naam
Pinaroloxias inornata | (Gould, 1843)
Gould beschreef de soort in 1843 als Cactornis inornatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pinaroloxias werd in 1885 ingevoerd door Sharpe. Pinaroloxias is Grieks, van pinaros 'vuil, sjofel' en Loxia (kruisbekken): een 'sjofele kruisbek', naar het onopvallende, donkere verenkleed. inornata is Latijn voor 'onversierd, eenvoudig', naar het effen donkere of bruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cocoseiland, Costa Rica.
