Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Coopers sperwer
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves
Coopers sperwer | Astur cooperii
Cooper's Hawk | Gavilán de Cooper
De coopers sperwer is een middelgrote havik met korte, afgeronde vleugels en een lange, afgeronde staart, die vogels tot de grootte van duiven vangt, vaak langs bosranden en in stedelijk gebied. In het gidsgebied broedt hij in het noorden van Mexico, vooral in de Sierra Madre Occidental, en is hij van oktober tot april een wintergast in grote delen van Mexico; verder zuidelijk is hij zeldzaam.
Geluid
Rond het nest een luid, hard kek-kek-kek-kek; daarbuiten meestal stil.
Opname: Jeff Stewart — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
35–50 cm. Volwassen vogels zijn blauwgrijs van boven, met een zwartachtige kap die afsteekt tegen de lichtere nek, en fijn oranjerood gebandeerd van onderen. De staart is lang en afgerond, met donkere banden en een brede witte eindrand. De ogen zijn rood bij volwassen vogels en geel bij jonge. Jonge vogels zijn bruin van boven en wit van onderen met fijne, scherpe bruine lengtestrepen, vooral op de borst, en een witte onderbuik. In de vlucht steekt de grote kop duidelijk voor de vleugels uit. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; het vrouwtje is duidelijk groter, bijna zo groot als een kraai.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse sperwer Accipiter striatus is kleiner, met een kleinere kop, een kortere, recht afgesneden staart met een smalle witte rand en bij volwassen vogels een kap die niet afsteekt tegen de nek; jonge vogels hebben grovere, vagere strepen tot op de buik. De Amerikaanse havik Astur atricapillus is groter, met een brede witte wenkbrauwstreep en bij volwassen vogels fijn grijs gebandeerde onderdelen. De tweekleurige havik Astur bicolor heeft effen grijze onderdelen en roodbruine dijen en leeft in laaglandbos.
Leefgebied
Broedt in pijn-eikenbos, eikenbos en oeverbos in het noorden van Mexico. In de winter in allerlei half open landschap met bomen: bosranden, oeverbos, droogbos, weiland met bomen en parken en tuinen in steden. Jaagt door snel en laag tussen bomen door te vliegen, vaak vanaf een verborgen zitpost.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt in het noorden van Baja California en in de bergen van Sonora, Chihuahua en Durango, en plaatselijk zuidwaarts tot Jalisco en Michoacán. Van oktober tot april wintergast in vrijwel heel Mexico, het talrijkst in het noorden en midden; ook doortrekker langs de Golfkust van Veracruz. In Guatemala een schaarse wintergast; verder zuidelijk zeldzaam, met enkele waarnemingen tot in Costa Rica. Buiten het gidsgebied broedend in het zuiden van Canada en in de Verenigde Staten.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de winter jagen vogels in parken en tuinen in Mexicaanse steden, onder meer in Mexico-Stad, vaak op duiven. In september en oktober trekken ze in kleine aantallen langs de telposten van de roofvogeltrek in Veracruz, samen met de Amerikaanse sperwer.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. In de Verenigde Staten herstelde de soort na het verbod op DDT en hij past zich aan stedelijk gebied aan.
Wetenschappelijke naam
Astur cooperii | (Bonaparte, 1828) (GBIF: Ericameria cooperi)
Bonaparte beschreef de soort in 1828 als Falco cooperii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Astur werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Astur is laat-Latijn voor 'havik'. cooperii eert de Amerikaanse natuuronderzoeker William Cooper (1798–1864), die het type verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij Bordentown, New Jersey, VS.






