Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Tweekleurige havik
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves
Tweekleurige havik | Astur bicolor
Bicolored Hawk | Gavilán bicolor
De tweekleurige havik is een middelgrote, schuwe bosvogel met een donkere kap, effen grijze onderdelen en roodbruine dijen. Hij jaagt vanaf een verborgen zitpost in het bos op vogels tot de grootte van duiven, en ook op hagedissen en kleine zoogdieren. In het gidsgebied is hij een schaarse en weinig geziene standvogel van het oosten en zuiden van Mexico tot Panama.
Geluid
Een herhaald, droog, blaffend kek-kek-kek of kuh-kuh-kuh, vooral rond het nest; verder zelden te horen.
Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
33–44 cm. Volwassen vogels hebben een zwartachtige kruin, leigrijze bovendelen en lichtgrijze, ongestreepte onderdelen; de dijen zijn roodbruin. De staart is lang en afgerond, met drie of vier smalle grijze banden en een smalle witte eindrand. De ogen zijn oranje tot geel. Jonge vogels zijn variabel: bruin van boven en roomkleurig tot roodbruin van onderen, vaak met een lichte nekband en zonder strepen. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; het vrouwtje is duidelijk groter.
Verwarringssoorten
Volwassen vogels zijn door de effen grijze onderdelen en roodbruine dijen kenmerkend. De grote bosvalk Micrastur semitorquatus is groter, heeft een donkere halve maan op de wang, een witte of roomkleurige halskraag en een langere staart met smalle witte banden; de jonge grote bosvalk lijkt op de jonge tweekleurige havik, maar is gebandeerd van onderen. De coopers sperwer Astur cooperii heeft gebandeerde onderdelen en leeft in drogere, meer open streken. De vorm met witte onderdelen van de Amerikaanse sperwer Accipiter striatus is kleiner en leeft in hooglandbos.
Leefgebied
Vochtig laaglandbos en heuvelbos, seizoensbos, galerijbos, bosranden en half open land met bosjes, plaatselijk ook secundair bos en schaduwkoffie; meestal onder 1500 m. Zit lang stil in of onder het bladerdak en jaagt met korte, snelle aanvallen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Standvogel, overal schaars. In Mexico aan de Golfkant vanaf het zuiden van Tamaulipas en San Luis Potosí, zuidwaarts via Veracruz en Oaxaca tot Chiapas en het schiereiland Yucatán; verder door Belize, Guatemala, Honduras en Nicaragua tot Costa Rica en Panama, waar hij aan beide kanten voorkomt. In El Salvador vrijwel onbekend. Buiten het gidsgebied in tropisch Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De soort wordt meestal bij toeval gezien, als een vogel laag over een bospad of een open plek vliegt of stil aan een bosrand zit. Langs bospaden in de Caribische laaglanden van Costa Rica en in de bossen langs het Panamakanaal is de kans het grootst.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is overal schaars en verdraagt enige kap, maar gaat plaatselijk achteruit door ontbossing.
Wetenschappelijke naam
Astur bicolor | (Vieillot, 1817)
Vieillot beschreef de soort in 1817 als Sparvius bicolor; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Astur werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Astur is laat-Latijn voor 'havik'. bicolor is Latijn voor 'tweekleurig', naar de donkergrijze bovendelen tegen de lichtere onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.





