Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Dwerglijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Dwerglijster | Catharus ustulatus

Swainson's Thrush | Zorzal de Swainson

De dwerglijster is een slanke, olijfbruine lijster met een okerkleurige bril en gevlekte borst. Ze broedt in de naaldbossen van Canada en het westen en noorden van de Verenigde Staten en trekt in grote aantallen door het gidsgebied naar het overwinteringsgebied, dat grotendeels in Zuid-Amerika ligt. Een deel van de vogels overwintert in Mexico en Midden-Amerika.

Dwerglijster (Catharus ustulatus)
Foto: VJAnderson — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op de trek vooral een vloeiend, kort whit of kwip, bij onrust herhaald. De nachtelijke vluchtroep is een korte, opwaartse hiep, die aan een kikker doet denken. In het voorjaar zingen sommige vogels al: een reeks fluitende tonen die spiraalsgewijs omhoog lopen.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC1177685

Opname: Jeff Stewart — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–20 cm. Slank, met een korte snavel en een vrij korte staart. Bovendelen egaal olijfbruin, zonder afstekende rossige staart; vogels van de Pacifische kust van Noord-Amerika zijn warmer roodbruin. Kenmerkend is de brede okerkleurige oogring, die via een lichte teugel doorloopt naar de snavel en zo een 'bril' vormt. Wangen en borst okerbruin getint, de borst met donkere, driehoekige vlekken die naar de flanken vager worden; buik wit, flanken grijsbruin. Ondersnavel aan de basis lichtgeel. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De grijswangdwerglijster Catharus minimus heeft grijze wangen, een vage grijze oogring zonder bril en mist de okerkleurige tint op de borst. De veery Catharus fuscescens is warmer roodbruin van boven, met een vage oogring en kleinere, vagere vlekken. De heremietlijster Catharus guttatus heeft een rossige staart die afsteekt tegen de bruinere rug. De Amerikaanse boslijster Hylocichla mustelina is groter, met een roestbruine kop en grote zwarte vlekken tot op de buik.

Leefgebied

Op de trek en in de winter in vrijwel elk bos met struikgewas: vochtig laagland- en voetheuvelbos, bergbos, secundair bos, bosranden, schaduwkoffie, parken en tuinen met vruchtdragende bomen; van zeeniveau tot hoog in de bergen. Eet op de trek veel vruchten, verder insecten en andere ongewervelden, zowel op de grond als in bomen.

Verspreiding en trek

Broedt van Alaska door Canada tot het westen en noordoosten van de Verenigde Staten. Trekt door het hele gidsgebied, vooral door het oosten van Mexico en via de Caribische en Pacifische kant van Midden-Amerika. Overwintert voornamelijk in het noordwesten van Zuid-Amerika; vogels van de Pacifische kust van Noord-Amerika overwinteren deels in het westen en zuiden van Mexico en in Midden-Amerika.

  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Tijdens de trekpieken in april en oktober vaak talrijk in vruchtdragende bomen in bosranden en tuinen, bijvoorbeeld in de omgeving van het Panamakanaal en in de hooglanden van Costa Rica. In stille nachten is de vluchtroep boven het land te horen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Wijdverbreid en talrijk. Op de trek vatbaar voor botsingen met verlichte gebouwen en torens.

Wetenschappelijke naam

Catharus ustulatus | (Nuttall, 1840)

Nuttall beschreef de soort in 1840 als Turdus ustulatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Catharus werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Catharus komt van het Griekse katharos 'zuiver, schoon'; de naam doelde op het gave verenkleed van de oranjesnavelnachtegaallijster. ustulatus is Latijn voor 'geschroeid, verbrand', naar de bruine bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fort Vancouver, Washington, VS.