Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Dwergvliegenpikker

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Dwergvliegenpikker | Phyllomyias griseiceps

Sooty-headed Tyrannulet | Mosquerito cabecigrís

De dwergvliegenpikker is een heel kleine tiran met een grijze kop, een korte snavel en een gele buik, die in de kronen van bosranden en open terrein met bomen leeft. Hij is moeilijk te zien, maar valt op door zijn heldere, vaak herhaalde zang. In het gidsgebied komt hij alleen in het oosten van Panama voor.

Dwergvliegenpikker (Phyllomyias griseiceps)
Foto: Francesco Veronesi from Italy — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een heldere, ritmische reeks van enkele korte fluittonen, gevolgd door een lagere, snellere afsluiting. De zang wordt de hele dag door herhaald en is meestal het eerste teken van de soort.

Luister: ZangXC1174002

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10 cm, met een ronde kop en een heel korte, donkere snavel. Kruin donker roetgrijs, met een smalle witachtige wenkbrauwstreep. Rug olijfgroen. Vleugels donker zonder duidelijke vleugelstrepen, met smalle gele randen aan de slagpennen. Keel witachtig, borst grijzig olijf, buik geel. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De maretakvliegenpikker Zimmerius parvus heeft een lichte iris, opvallende gele randen aan de vleugeldekveren en een minder donkere kruin. De geelkruinvliegenpikker Tyrannulus elatus heeft twee duidelijke witte vleugelstrepen en een (meestal verborgen) gele kruinvlek. De geelkeelvliegenpikker Camptostoma obsoletum heeft een kuifje, kaneelkleurige of witachtige vleugelstrepen en een vaalgelere buik.

Leefgebied

Kronen en randen van vochtig bos, secundair bos, galerijbos en open terrein met verspreide hoge bomen, meestal in het laagland. Zoekt hoog in de bomen tussen het blad naar kleine insecten en eet ook kleine vruchten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in het oosten van Panama, vooral van het kanaalgebied oostwaarts tot in Darién. Buiten het gidsgebied in een groot deel van het noorden en westen van Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot in Ecuador, Peru en het Amazonegebied van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best op te sporen aan de zang, waarna in de kronen geduldig naar een klein, beweeglijk vogeltje met een donkere kop moet worden gezocht.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid in Zuid-Amerika; in Panama aan de rand van het verspreidingsgebied en plaatselijk vrij schaars.

Wetenschappelijke naam

Phyllomyias griseiceps | (Sclater & Salvin, 1871)

Sclater & Salvin beschreef de soort in 1871 als Tyranniscus griseiceps; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phyllomyias werd in 1860 ingevoerd door Cabanis & Heine. Phyllomyias is Grieks, van phullon 'blad' en nieuw-Latijn myias 'vliegenvanger': 'bladvliegenvanger', naar het foerageren in het gebladerte. griseiceps is nieuw-Latijn, van griseus 'grijs' en -ceps 'koppig', naar de grijze kop. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Babahoyo, Los Ríos, Ecuador.