Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Elzenfeetiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Elzenfeetiran | Empidonax alnorum

Alder Flycatcher | Mosquero ailero

De elzenfeetiran is een Empidonax die in het noorden van Noord-Amerika broedt en in Zuid-Amerika overwintert. In het gidsgebied is hij alleen doortrekker, in het voorjaar en het najaar. In het veld is hij vrijwel niet van de wilgenfeetiran te onderscheiden, behalve aan de zang en de roep.

Elzenfeetiran (Empidonax alnorum)
Foto: Cephas — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een droog pip of kep. De zang, die tijdens de voorjaarstrek soms te horen is, is een schor, driedelig frie-BIE-o.

Luister: ZangXC1069847

Opname: Benjamin Drillat — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm. Bovendelen olijfgroen tot bruinig olijf, met een smalle, vage witachtige oogring. Vleugels donker met twee witachtige tot bleek okerkleurige vleugelstrepen en een vrij lange handpenprojectie. Keel wit, borst met een grijsolijf zweem, buik bleekgeel. Ondersnavel geheel licht. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De wilgenfeetiran Empidonax traillii is gemiddeld iets bruiner, met een zwakkere oogring, maar de twee zijn alleen aan het geluid betrouwbaar te scheiden. De beukenfeetiran Empidonax virescens is groener, met een langere snavel en een duidelijkere oogring. De witkeelfeetiran Empidonax albigularis (standvogel) is kleiner en bruiner, met kaneelkleurige vleugelstrepen. De kleine feetiran Empidonax minimus is kleiner, grijzer en heeft een opvallende oogring.

Leefgebied

Tijdens de trek in struikgewas, bosranden, secundaire begroeiing, ruigten langs water en weilanden met struiken, zowel in het laagland als in het heuvelland.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Trekt door het oosten van Mexico en door Midden-Amerika naar het zuiden. Buiten het gidsgebied broedt hij in Alaska, Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten en overwintert hij in het westen van Zuid-Amerika.

  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Doortrekkende vogels zijn vaak stil; alleen vogels die roepen of zingen zijn met zekerheid te determineren.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in zijn grote broedgebied.

Wetenschappelijke naam

Empidonax alnorum | Brewster, 1895

Brewster beschreef de soort in 1895 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Empidonax werd in 1855 ingevoerd door Cabanis. Empidonax is Grieks, van empis 'mug' en anax 'heerser': 'muggenkoning', naar de insectenjacht. alnorum is Latijn voor 'van de elzen' (alnus 'els'), naar de elzenbosjes waarin de soort broedt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Upton, Maine.