Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Wilgenfeetiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Wilgenfeetiran | Empidonax traillii

Willow Flycatcher | Mosquero saucero

De wilgenfeetiran is een Empidonax van struikgewas bij water, die in Noord-Amerika broedt. In het gidsgebied trekt hij door en overwintert hij van het zuiden van Mexico tot Panama, vooral aan de Pacifische kant. In het veld is hij alleen aan zang en roep betrouwbaar van de elzenfeetiran te onderscheiden.

Wilgenfeetiran (Empidonax traillii)
Foto: VJAnderson — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een droog wit. De zang is een niezend FITS-bjoe, die ook in het overwinteringsgebied te horen is.

Luister: ZangXC1149494

Opname: Greg Irving — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm. Bovendelen bruinig olijf, kop met hooguit een vage, smalle lichte oogring. Vleugels donker met twee witachtige tot bleek okerkleurige vleugelstrepen en een vrij lange handpenprojectie. Keel wit, borst met een grijsbruine zweem, buik bleekgeel. Ondersnavel geheel licht. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De elzenfeetiran Empidonax alnorum is gemiddeld iets groener, met een iets duidelijkere oogring, maar is alleen aan het geluid zeker te onderscheiden; hij is in het gidsgebied doortrekker en overwintert niet. De witkeelfeetiran Empidonax albigularis is kleiner en bruiner, met kaneelkleurige vleugelstrepen. De kleine feetiran Empidonax minimus is kleiner en grijzer, met een opvallende oogring. De beukenfeetiran Empidonax virescens is groener en zit binnen in het bos.

Leefgebied

In de winter in struikgewas langs rivieren, moerasranden, lagunes en natte weilanden met struiken, ook in ruigten in open terrein, vooral in het laagland. Tijdens de trek ook in andere open, struikrijke begroeiing.

Verspreiding en trek

Trekt door een groot deel van Mexico en Midden-Amerika. Overwintert van het zuiden van Mexico tot Panama, vooral aan de Pacifische kant. Buiten het gidsgebied broedt hij in een groot deel van de Verenigde Staten en het zuiden van Canada en overwintert hij ook in het noordwesten van Zuid-Amerika.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter het best te vinden in ruigten langs water aan de Pacifische kant, waar vogels ook dan vaak hun FITS-bjoe laten horen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De zuidwestelijke ondersoort extimus is in de Verenigde Staten sterk achteruitgegaan door het verdwijnen van oeverbegroeiing.

Wetenschappelijke naam

Empidonax traillii | (Audubon, 1828)

Audubon beschreef de soort in 1828 als Muscicapa traillii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Empidonax werd in 1855 ingevoerd door Cabanis. Empidonax is Grieks, van empis 'mug' en anax 'heerser': 'muggenkoning', naar de insectenjacht. traillii eert de Schotse arts en zoöloog Thomas Stewart Traill (1781–1862), een vriend van Audubon. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit langs de Arkansas River (VS).