Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Berkenfeetiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Berkenfeetiran | Empidonax flaviventris

Yellow-bellied Flycatcher | Mosquero vientre amarillo

De berkenfeetiran is de geelste Empidonax uit het oosten van Noord-Amerika. Hij broedt in de naaldbossen van Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten en overwintert grotendeels in het gidsgebied, van het oosten en zuiden van Mexico tot Panama, laag in vochtig bos.

Berkenfeetiran (Empidonax flaviventris)
Foto: Rhododendrites — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De gewone roep in het overwinteringsgebied is een oplopend, tweelettergrepig tsjoe-wie of per-wie, en daarnaast een kort, scherp tsjip.

Luister: VluchtroepXC1014722

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm. Bovendelen olijfgroen, met een duidelijke, ronde geelwitte oogring. Vleugels zwartachtig met twee scherp afstekende witte tot bleekgele vleugelstrepen en een vrij korte handpenprojectie. Keel geel, borst olijfgroen gewassen, buik helder geel. Ondersnavel licht. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De beukenfeetiran Empidonax virescens is groter, met een witachtige keel, een witachtiger buik en een langere handpenprojectie. De gele feetiran Empidonax flavescens (standvogel in de bergen) heeft een druppelvormige oogring en een okergeel tot bruinig gewassen borst. De oeverfeetiran Empidonax difficilis (Mexico) is bruiner olijf, met een druppelvormige oogring en okerkleurige vleugelstrepen.

Leefgebied

Overwintert in de onderetage en aan de randen van vochtig laagland- en heuvelbos, in secundair bos en in schaduwkoffie en andere beschaduwde aanplant. Zit laag en onopvallend en vangt insecten vanaf een beschutte uitkijkpost.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Trekt door het oosten van Mexico en overwintert van het oosten en zuiden van Mexico door heel Midden-Amerika tot Panama. Buiten het gidsgebied broedt hij in Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter vrij gewoon laag in vochtig bos en schaduwkoffie; let op het oplopende tsjoe-wie.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in zijn grote broedgebied in het boreale bos.

Wetenschappelijke naam

Empidonax flaviventris | (Baird & Baird, 1843)

Baird & Baird beschreef de soort in 1843 als Tyrannula flaviventris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Empidonax werd in 1855 ingevoerd door Cabanis. Empidonax is Grieks, van empis 'mug' en anax 'heerser': 'muggenkoning', naar de insectenjacht. flaviventris is Latijn, van flavus 'geel' en venter 'buik', naar de gelige onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij Carlisle, Pennsylvania (VS).