Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Fonkelende kolibrie
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Fonkelende kolibrie | Selasphorus scintilla
Scintillant Hummingbird | Colibrí centelleante
De fonkelende kolibrie is met ruim 2 gram een van de kleinste vogels van Midden-Amerika. Hij leeft in de bergen van Costa Rica en het westen van Panama, gemiddeld lager dan de vulkaankolibrie. Het mannetje heeft een oranjerode keel en een roestbruine, zwart gestreepte staart.
Geluid
Een hoog, zacht tsip, en bij achtervolgingen een fijn, ratelend gekwetter. De vleugels van het mannetje geven een hoog, zoemend geluid.
Opname: Mike Nelson — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
6–7 cm, met een korte, rechte zwarte snavel. De bovendelen zijn bronsgroen. Het mannetje heeft een glanzende oranjerode tot koperrode keel, een witte band op de bovenborst en verder roestbruine onderdelen; de staart is roestbruin met zwarte strepen langs de pennen. Het vrouwtje heeft een lichte, fijn gespikkelde keel, roestbruine onderdelen en een roestbruine staart met een zwarte band en lichte toppen.
Verwarringssoorten
De vulkaankolibrie Selasphorus flammula is groter en leeft meestal hoger; het mannetje heeft een roze-rode tot grijspaarse keel en een donkere staart, het vrouwtje een wittere onderkant met alleen roestbruine flanken. De gloeikeelkolibrie Selasphorus ardens in de bergen van Veraguas en het oosten van Chiriquí is vrijwel gelijk, maar het mannetje heeft een roze-rode tot magenta keel; vrouwtjes zijn in het veld nauwelijks te onderscheiden.
Leefgebied
Bosranden, open plekken, struikgewas, weilanden met bloeiende struiken, koffieplantages en tuinen in de bergen, ongeveer tussen 900 en 2100 m, plaatselijk hoger. Foerageert laag bij kleine bloemen van kruiden en struiken, en vangt kleine insecten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Endemisch voor het gidsgebied. In de bergen van het midden en zuiden van Costa Rica, vooral aan de Pacifische kant van de Cordillera Central en de Cordillera de Talamanca, en in het westen van Panama in de hooglanden van Chiriquí.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Rond San Vito en in de dalen van de Cordillera de Talamanca in Costa Rica, en rond Boquete en Volcán in Chiriquí. Vaak bij lage bloeiende planten in tuinen en langs bermen, waar hij door zijn grootte en zoemende vlucht gemakkelijk voor een groot insect wordt aangezien.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Plaatselijk algemeen in halfopen berglandschap, en hij komt ook voor in tuinen en struikgewas in agrarisch gebied.
Wetenschappelijke naam
Selasphorus scintilla | (Gould, 1851)
Gould beschreef de soort in 1851 als Trochilus (Selosphorus) scintilla; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Selasphorus werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Selasphorus is Grieks, van selas 'licht, vlam' en -phoros 'dragend': 'lichtdrager', naar de vurig glanzende keel. scintilla is Latijn voor 'vonk', naar de fonkelende keel van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Volcán Barú (Chiriquí), Panama, ± 2700 m.




