Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Vulkaankolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Vulkaankolibrie | Selasphorus flammula

Volcano Hummingbird | Colibrí volcanero

De vulkaankolibrie is een van de kleinste vogels van de hooglanden van Costa Rica en het westen van Panama. Hij leeft hoog op de vulkanen en in de Cordillera de Talamanca, tot boven de boomgrens. De keelkleur van het mannetje verschilt per bergketen.

Vulkaankolibrie (Selasphorus flammula)
Foto: Dan Vickers — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, dun tsip of tsit, vaak herhaald, en bij achtervolgingen een droog gekwetter. De vleugels van het mannetje geven in de vlucht een hoog, zoemend trillen.

Luister: OpnameiNaturalist

Opname: stevedunbar — CC BY-NC 4.0 · omgezet naar mono · iNaturalist

Herkenning

7–8 cm, met een korte, rechte zwarte snavel. De bovendelen zijn bronsgroen. Het mannetje heeft een glanzende keel die per populatie verschilt: roze-rood op de vulkanen Irazú en Turrialba, paarsrood op Poás en Barva en grijspaars in de Cordillera de Talamanca en in Chiriquí. De borst is wit, de flanken zijn groenig met wat roestbruin, en de staart is donker met smalle roestbruine randen. Het vrouwtje heeft een witte, fijn groen gespikkelde keel, roestbruine flanken en een afgeronde staart met een roestbruine basis, een zwarte band en witte toppen aan de buitenste pennen.

Verwarrings­soorten

De fonkelende kolibrie Selasphorus scintilla is kleiner, leeft meestal lager en heeft veel meer roestbruin op de onderdelen en in de staart; het mannetje heeft een oranjerode keel. De gloeikeelkolibrie Selasphorus ardens leeft lager en verder naar het oosten in Panama en heeft eveneens een roestbruine staart. De irazukolibrie Panterpe insignis, die in hetzelfde gebied voorkomt, is veel groter, met een blauwe borst en een oranje keel.

Leefgebied

Open berghellingen, páramo, struikgewas, bosranden en open plekken in eikenbos, weilanden met struiken en tuinen, vooral boven 1850 m tot op de hoogste toppen, ruim boven 3000 m. Buiten het broedseizoen dalen vogels deels af. Foerageert laag bij kleine bloemen van struiken en kruiden, en vangt kleine insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied. In Costa Rica op de vulkanen van de Cordillera Central (Poás, Barva, Irazú en Turrialba) en in de Cordillera de Talamanca; in het westen van Panama in het hooggebergte van Chiriquí, onder meer op de Volcán Barú.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen op de top van de Volcán Irazú en langs de Pan-Amerikaanse weg over de Cerro de la Muerte; in Panama rond Cerro Punta en op de Volcán Barú. Vaak bij lage bloeiende struiken langs wegbermen en in tuinen van hooggelegen boerderijen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In geschikt hooggebergte algemeen. Het verspreidingsgebied is klein, maar ligt voor een groot deel in beschermde gebieden.

Wetenschappelijke naam

Selasphorus flammula | Salvin, 1865

Salvin beschreef de soort in 1865 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Selasphorus werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Selasphorus is Grieks, van selas 'licht, vlam' en -phoros 'dragend': 'lichtdrager', naar de vurig glanzende keel. flammula is Latijn voor 'vlammetje', verkleinwoord van flamma 'vlam', naar de gloeiende keel van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Volcán Irazú, Costa Rica.