Alle soorten › Zangvogels › Zijdevliegenvangers › Geelflankzijdevliegenvanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Geelflankzijdevliegenvanger | Phainoptila melanoxantha

Black-and-yellow Phainoptila | Capulinero negro y amarillo

De geelflankzijdevliegenvanger is een forse, lijsterachtige zijdevliegenvanger zonder kuif, met gele flanken. Hij leeft rustig en vaak onopvallend in de middelste lagen van bergbos. Hij komt alleen voor in de hooglanden van Costa Rica en het westen van Panama.

Geelflankzijdevliegenvanger (Phainoptila melanoxantha)
Foto: (c) Forest Botial-Jarvis, some rights reserved (CC BY) — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. Roept met hoge, dunne tsit-tonen.

Luister: VluchtroepXC531561

Opname: Enrique Varela — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

21–23 cm. Gedrongen, met een korte, dikke snavel en een middellange staart. Het mannetje is op kop, rug, vleugels en staart glanzend blauwzwart, met een olijfgele stuit; keel en borst olijfkleurig, flanken heldergeel, buik grijs. Het vrouwtje heeft een zwarte kruin, een grijze nek en olijfgroene bovendelen, met ook gele flanken en een grijze buik.

Verwarrings­soorten

De langstaartzijdevliegenvanger Ptiliogonys caudatus is slanker, heeft een kuif, een veel langere staart en een blauwgrijs lichaam. De roetlijster Turdus nigrescens is egaal donkerbruin met een oranje snavel en oranje poten en mist het geel op de flanken.

Leefgebied

Vochtig bergbos en de randen daarvan, ook oud secundair bos, meestal boven ongeveer 1800 m, plaatselijk lager. Eet vooral bessen en andere vruchten en daarnaast insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Alleen in de hooglanden van Costa Rica (Cordillera Central en Cordillera de Talamanca) en het westen van Panama (vooral Chiriquí en aangrenzende provincies). Niet buiten het gidsgebied.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden in vruchtdragende struiken en bomen in het bergbos van de Cordillera de Talamanca, bijvoorbeeld rond de Cerro de la Muerte, en op de hellingen van de Volcán Barú in Panama. Zit vaak lang stil.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen maar onopvallend in bergbos binnen een klein verspreidingsgebied; afhankelijk van het behoud van dat bos.

Wetenschappelijke naam

Phainoptila melanoxantha | Salvin, 1877

Salvin beschreef de soort in 1877 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Phainoptila voerde hij in datzelfde werk in. Phainoptila is Grieks, van phaeinos 'glanzend' en ptilon 'veer': 'met glanzend verenkleed'. melanoxantha is Grieks, van melas 'zwart' en xanthos 'geel', naar het zwart en geel van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit San Francisco, Costa Rica.