Alle soorten › Zangvogels › Buidelmezen › Geelkopmees

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Geelkopmees | Auriparus flaviceps

Verdin | Baloncillo

De geelkopmees is een zeer kleine, grijze zangvogel met een gele kop en een kastanjebruine schoudervlek, die in woestijn en doornstruweel leeft. Hij is beweeglijk en zoekt als een mees tussen takken en bladeren naar insecten. Hij bouwt opvallende, bolvormige nesten van doornige twijgjes.

Geelkopmees (Auriparus flaviceps)
Foto: Russ — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, doordringend tsjiep of tsiet, vaak herhaald, en snelle reeksen tsip-tsip-tsip. De zang bestaat uit enkele heldere, gelijke fluittonen.

Luister: RoepXC1151109

Opname: Pat Goltz — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Volwassen vogels grijs met lichtere onderdelen; kop en keel geel, het gele soms wat met grijs gemengd. Op de schouder een kleine kastanjebruine vlek, die niet altijd zichtbaar is. Snavel kort, spits en donker, iets lichter aan de basis. Jonge vogels geheel grijs, zonder geel en zonder schoudervlek.

Verwarrings­soorten

Jonge vogels lijken op de struikmees Psaltriparus minimus, die een langere staart heeft en in groepen leeft, en op muggenvangers zoals de zwartstaartmuggenvanger Polioptila melanura, die een lange, zwart-witte staart hebben. De lucy's zanger Leiothlypis luciae is ook klein en grijs, maar heeft een roodbruine stuit en geen gele kop.

Leefgebied

Woestijnstruweel met mesquite, acacia en andere doornstruiken, doornstruweel, halfwoestijngrasland met struiken en oeverbos in droge streken; ook in tuinen en parken in droge steden. Eet insecten, spinnen, nectar en bessen. Bouwt het hele jaar bolvormige nesten met een zij-ingang, die ook als slaapplaats dienen.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in Baja California en het noorden van Mexico, van Sonora tot Tamaulipas, en zuidwaarts over het droge noordelijke hoogland tot in het midden van Mexico. Buiten het gidsgebied in het zuidwesten van de Verenigde Staten.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vaak eerst te horen aan de luide, doordringende roep. In doornstruiken zijn de bolvormige nesten van twijgjes soms gemakkelijker te vinden dan de vogel zelf.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in geschikt droog struikgewas.

Wetenschappelijke naam

Auriparus flaviceps | (Sundevall, 1850)

Sundevall beschreef de soort in 1850 als Aegithalus flaviceps; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Auriparus werd in 1864 ingevoerd door Baird. Auriparus is Latijn, van aurum 'goud' en het mezengeslacht Parus: een 'goudmees', naar de gele kop. flaviceps is Latijn, van flavus 'geel' en -ceps 'gekapt' (van caput 'kop'), naar de gele kop. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit waarschijnlijk bij Loreto, Baja California Sur, Mexico.