Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Geeloogjunco

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Geeloogjunco | Junco phaeonotus

Yellow-eyed Junco | Junco ojo de lumbre

De geeloogjunco is een junco van bergbos met felgele ogen, een roestrode rug en een tweekleurige snavel. Hij schuifelt eerder dan dat hij hupt en is in pijnbossen vaak weinig schuw. In het gidsgebied leeft hij in de bergen van het noorden van Mexico tot Guatemala.

Geeloogjunco (Junco phaeonotus)
Foto: Mike & Chris — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is gevarieerder dan die van de grijze junco: een reeks heldere, afwisselende tonen en trillers, vaak in drie delen. Roep een hoog, dun tsiet en een droog tik.

Luister: ZangXC1149980

Opname: Scott Crabtree — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–16 cm. Iris geel tot oranjegeel, met een donkere teugel die het oog extra doet opvallen. Kop en borst grijs, rug roestbruin, grote dekveren en tertials met roestbruine randen, buik witachtig. Bovensnavel donker, ondersnavel geel tot vleeskleurig. Buitenste staartpennen wit. Jonge vogels zijn bruin en gestreept, met een donkerder oog. Vogels uit het zuiden van het verspreidingsgebied verschillen enigszins in tint.

Verwarrings­soorten

De grijze junco Junco hyemalis, in de winter in het noorden van Mexico, heeft donkere ogen en een geheel roze snavel; de grijskopgroep van die soort heeft ook een roestrode rug, maar geen roestbruine vleugeltekening. Bairds junco Junco bairdi van Baja California Sur is kleiner en heeft warmer okerbruine flanken. In Costa Rica en Panama komt in plaats daarvan de vulkaanjunco Junco vulcani voor.

Leefgebied

Open pijnbos, pijn-eikenbos en zilversparrenbos in de bergen, meestal boven 1800 m, ook bosranden en open plekken met grassen; in de winter plaatselijk lager. Zoekt op de grond naar zaden en insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Van het zuidoosten van Arizona en het zuidwesten van New Mexico door de Sierra Madre Occidental en de Sierra Madre Oriental, de vulkanische bergen van Midden-Mexico en Oaxaca tot de hooglanden van Chiapas en Guatemala. Buiten het gidsgebied alleen in het zuidwesten van de Verenigde Staten.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen in de pijnbossen rond Mexico-Stad, zoals in het Desierto de los Leones en op de hellingen van de Iztaccíhuatl, en in de hooglanden van Chiapas rond San Cristóbal de las Casas; vaak op open plekken en langs paden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen in de bergbossen van Mexico; plaatselijk achteruit door houtkap en bosbranden.

Wetenschappelijke naam

Junco phaeonotus | Wagler, 1831

Wagler beschreef de soort in 1831 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Junco voerde hij in datzelfde werk in. Junco komt van het Latijnse iuncus 'bies'. phaeonotus is Grieks, van phaios 'donker, schemerbruin' en nōtos 'rug', naar de roestbruine rug. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico (niet nader bepaald).