Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Geelpootsuikervogel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Geelpootsuikervogel | Cyanerpes lucidus

Shining Honeycreeper | Mielero brillante

De geelpootsuikervogel is een kleine, kortstaartige tangare met een lange, gebogen snavel, die in de boomkruinen van vochtig bos nectar, vruchten en insecten zoekt. Het mannetje is diep paarsblauw met een zwarte keel, en beide geslachten hebben heldergele poten. In het gidsgebied komt hij voor van het zuiden van Mexico tot in Panama.

Geelpootsuikervogel (Cyanerpes lucidus)
Foto: Jan Axel — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een dun, hoog tsiet en een zacht, ijl getjilp; geen duidelijke zang.

Luister: ZangXC484687

Opname: Johan Chaves — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Klein en gedrongen, met een korte staart en een lange, dunne, gebogen zwarte snavel. Het mannetje is glanzend paarsblauw met een vrij grote zwarte keelvlek, zwarte teugel, zwarte vleugels en staart. Het vrouwtje is groen met een blauwachtige kop, een lichte, okerkleurige keel en blauwe strepen op de groenachtige borst. Poten bij beide geslachten heldergeel.

Verwarrings­soorten

De purpersuikervogel Cyanerpes caeruleus (alleen in het oosten van Panama) is zeer gelijkend; het mannetje heeft een kleinere zwarte keelvlek, het vrouwtje een okerbruin gezicht en groene in plaats van blauwe strepen op de borst. De blauwe suikervogel Cyanerpes cyaneus is groter, heeft rode poten, een lichte turquoise kruin en gele ondervleugels. Pitpits Dacnis hebben een korte, spitse snavel.

Leefgebied

Kruinlaag en randen van vochtig laagland- en voetheuvelbos, tot ongeveer 1200 m; ook hoge bomen in open plekken, oud secundair bos en schaduwkoffie. Komt vaak in gemengde groepen voor met andere tangares en pitpits.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Zuiden van Mexico (Chiapas) en Belize via de Caribische kant van Guatemala, Honduras en Nicaragua naar Costa Rica en Panama, daar aan beide kanten van het land. Buiten het gidsgebied tot in het noordwesten van Colombia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het meest te zien bij bloeiende of vruchtdragende bomen aan bosranden, en bij voederplanken met fruit bij lodges in Costa Rica en Panama, waar hij soms naast de blauwe suikervogel verschijnt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen in het zuiden van zijn verspreidingsgebied, schaarser in het noorden.

Wetenschappelijke naam

Cyanerpes lucidus | (Sclater & Salvin, 1859)

Sclater & Salvin beschreef de soort in 1859 als Coereba lucida; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cyanerpes werd in 1899 ingevoerd door Oberholser. Cyanerpes is Grieks, van kuanos 'donkerblauw' en herpēs 'kruiper'. lucidus is Latijn voor 'glanzend, helder', naar het stralend blauwe verenkleed van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guatemala.