Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Zwaluwtangare

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zwaluwtangare | Tersina viridis

Swallow Tanager | Tangara golondrina

De zwaluwtangare is een tangare met lange, spitse vleugels en een brede, platte snavel, die vanaf een kale tak insecten in de lucht vangt zoals een zwaluw. Daarnaast eet hij veel vruchten. Hij nestelt in holen in oevers en muren. In het gidsgebied komt hij alleen in het oosten van Panama voor.

Zwaluwtangare (Tersina viridis)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, metaalachtig tsiep, vaak herhaald, en een droog getjilp. Mannetjes buigen bij het baltsen met de kop en roepen daarbij herhaald.

Luister: ZangXC1023802

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm. Gedrongen tangare met een korte, brede snavel met een licht gehaakte punt en lange vleugels. Het mannetje is glanzend turquoiseblauw met een zwart masker en een zwarte keel; de buik is wit met zwarte dwarsstreepjes op de flanken. Het vrouwtje is helder grasgroen met een grijsachtige keel, een gele buik en groene dwarsstreepjes op de flanken. Jonge mannetjes zijn groen met blauwe vlekken.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de blauwe pitpit Dacnis cayana is kleiner, heeft een spitse snavel, een zwarte rug en geen witte buik. Het vrouwtje van de groene suikervogel Chlorophanes spiza heeft een licht gebogen snavel en geen dwarsstreepjes op de flanken. Vrouwtjes van de suikervogels Cyanerpes zijn kleiner en hebben een lange, gebogen snavel.

Leefgebied

Randen van vochtig laaglandbos, open plekken met hoge, kale bomen, rivieroevers en half open land met verspreide bomen, in het gidsgebied vooral in het laagland en de voetheuvels. Broedt in een hol in een steile oever of een muur.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Oosten van Panama, vooral in Darién en het oosten van de provincie Panamá; schaars en plaatselijk, verder westelijk alleen als zwerver. Buiten het gidsgebied in een groot deel van Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië; de zuidelijke vogels trekken.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden door in Darién bosranden en rivieroevers af te zoeken naar kale takken hoog in de bomen, waar de soort rechtop zit en korte vluchten maakt om insecten te vangen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). In Zuid-Amerika wijdverbreid en vrij algemeen; in Panama schaars en onregelmatig.

Wetenschappelijke naam

Tersina viridis | (Illiger, 1811)

Illiger beschreef de soort in 1811 als Hirundo viridis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tersina werd in 1819 ingevoerd door Vieillot. Tersina komt van het Franse Tersine, een niet te identificeren vogel die Buffon beschreef. viridis is Latijn voor 'groen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit oostelijk Brazilië.