Alle soorten › Zangvogels › Cotinga's › Geelsnavelcotinga

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Geelsnavelcotinga | Carpodectes antoniae

Yellow-billed Cotinga | Cotinga piquiamarillo

De geelsnavelcotinga is een witte cotinga van mangroven en aangrenzend laaglandbos langs de Pacifische kust. Het mannetje valt op door het spierwitte verenkleed en de gele snavel. De soort leeft alleen in het zuidwesten van Costa Rica en het westen van Panama en is daarmee een eindemiet van het gidsgebied.

Geelsnavelcotinga (Carpodectes antoniae)
Foto: Bruno Conjeaud — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil; soms een zacht, kort tchk.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

18–20 cm. Het mannetje is geheel spierwit met een gele tot oranjegele snavel en een donker oog. Het vrouwtje is lichtgrijs op kop en rug en witachtig op de onderdelen, met donkergrijze vleugels met witte randen aan dekveren en tertials; ook haar snavel is geel, met een donkere bovenkant. Ronde kop en korte staart.

Verwarrings­soorten

De sneeuwcotinga Carpodectes nitidus heeft een donkere snavel en leeft aan de Caribische kant; de witte cotinga Carpodectes hopkei is groter, heeft zwarte vleugelpuntjes en leeft alleen in het oosten van Panama. Tityra's, zoals de maskertityra Tityra semifasciata, hebben zwarte vleugels en rode naakte huid rond oog en snavelbasis.

Leefgebied

Mangroven en het laaglandbos, galerijbos en de bosranden daarachter, vooral beneden 200 m. Gebruikt de mangroven om te broeden en te overnachten en zoekt overdag vruchten in vruchtdragende bomen in het bos en in halfopen terrein met hoge bomen. Buiten het broedseizoen zwerven de vogels plaatselijk langs de kust en het aangrenzende binnenland.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Pacifische kustlaagland van het zuidwesten van Costa Rica, vooral rond de delta van de Térraba en Sierpe, het schiereiland Osa en de Golfo Dulce; in het westen van Panama zeer schaars in de mangroven van Chiriquí. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De meest gebruikte plek is de omgeving van de brug bij Rincón aan de Golfo Dulce op Osa, waar de vogels vooral vroeg in de ochtend op hoge kale takken zitten. Ook vanaf een boot in de mangroven van Sierpe.

Staat van instandhouding

Gevoelig. Het verspreidingsgebied en de populatie zijn klein; de soort is kwetsbaar voor het verdwijnen van mangroven en laaglandbos langs de Pacifische kust.

Wetenschappelijke naam

Carpodectes antoniae | Ridgway, 1884

Ridgway beschreef de soort in 1884 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Carpodectes werd in 1865 ingevoerd door Salvin. Carpodectes is Grieks, van karpos 'vrucht' en dēktēs 'bijter': 'vruchtenbijter', naar het fruitdieet. antoniae eert Antonia Zeledón (1834–1883), zus van de Costaricaanse verzamelaar José Zeledón. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Pirrís, zuidwestelijk Costa Rica.