Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Glanstroepiaal
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Glanstroepiaal | Quiscalus quiscula
Common Grackle | Zanate común
De glanstroepiaal is een van de talrijkste vogels van het oosten van Noord-Amerika. Het gidsgebied ligt net buiten zijn normale verspreidingsgebied; hij verschijnt vooral in de winter als zeldzame gast in het noordoosten van Mexico, meestal tussen andere troepialen.
Geluid
De zang is een kort, krassend kssh-riek, als een roestig scharnier. De roep is een luid, droog tsjak.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
28–34 cm. Mannetje zwart met een sterke metaalglans: kop en hals paarsblauw, het lichaam bij de meest voorkomende vorm bronskleurig, bij andere vormen paars of groenblauw; oog lichtgeel. Snavel lang, zwaar en iets gebogen. Staart lang en in de vlucht gekield, met een ronde top. Vrouwtje kleiner, doffer en bruiner zwart, met minder glans en een kortere staart; oog eveneens licht. Jongen bruin met een donker oog.
Verwarringssoorten
De langstaarttroepiaal Quiscalus mexicanus is duidelijk groter, het mannetje met een veel langere staart en een egaal paarsblauwe glans zonder bronskleurige rug; het vrouwtje is warmbruin met een lichte keel. De brewers troepiaal Euphagus cyanocephalus is kleiner, met een kortere, rechte staart en een slankere snavel.
Leefgebied
In het gidsgebied vooral op akkers, weilanden en in dorpen en steden, vaak in gemengde troepen met andere troepialen en koevogels; ook bij water. In zijn broedgebied leeft hij in open land met verspreide bomen, langs bosranden, in parken en in tuinen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt in het oosten en midden van Noord-Amerika, van Canada tot de Golfkust van de Verenigde Staten; de noordelijke populaties overwinteren in het zuidoosten van de Verenigde Staten. In het gidsgebied een dwaalgast met verspreide waarnemingen, vooral in Tamaulipas, Nuevo León en Coahuila; daarbuiten zeer zeldzaam, met een enkele waarneming in Guatemala.
Hoe en wanneer kijken
In de winter in het noordoosten van Mexico troepen langstaarttroepialen en brewers troepialen nagaan op een middelgrote troepiaal met een bronskleurige rug en een gekielde staart.
Staat van instandhouding
Gevoelig (NT). Nog zeer talrijk, maar de wereldpopulatie is sinds de jaren zeventig sterk afgenomen. In het gidsgebied een zeldzame gast.
Wetenschappelijke naam
Quiscalus quiscula | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als G[racula] Quiscula; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Quiscalus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Quiscalus gaat terug op Linnaeus' soortnaam Gracula quiscula; waar hij het woord vandaan had is onzeker, mogelijk van het Taíno quisqueya, een naam voor Hispaniola. quiscula is een raadselachtig woord dat Linnaeus als volksnaam overnam; voorgesteld zijn een laat-Latijns quisquilla 'kwartel', een Caribisch woord en klanknabootsing. De herkomst is onzeker. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de kust van South Carolina (VS).



