Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Gordeltiran
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Gordeltiran | Xenotriccus callizonus
Belted Flycatcher | Mosquero fajado
De gordeltiran is een kleine, gekuifde tiran van droog, struikrijk bos in de hooglanden van het zuiden van Mexico en het noorden van Midden-Amerika. Hij dankt zijn naam aan de oranjebruine band over de borst. Hij leeft verborgen in dicht struikgewas en is weinig bekend.
Geluid
Korte, droge roepjes; de zang is weinig bekend.
Opname: Paul van Els — CC BY-NC-SA 3.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
12–13 cm, met een korte, puntige kuif. Kop grijsolijf met een opvallende witte oogring. Rug olijfbruin. Vleugels donker met twee okerkleurige vleugelstrepen. Keel lichtgrijs, over de borst een brede oranjebruine band, buik lichtgeel. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De noordelijke kuiftiran Mitrephanes phaeocercus heeft ook een kuif, maar is egaal okerkleurig van onder zonder afgetekende borstband en zit opvallend aan bosranden en open plekken. De blonde feetiran Empidonax fulvifrons is kleiner, zonder kuif, met een egaal bleke okerkleurige borst.
Leefgebied
Droog tot halfdroog struikgewas, dicht eikenstruweel en struikrijke hellingen en ravijnen in de hooglanden, vaak aan de randen van pijn-eikenbos. Jaagt laag in dichte vegetatie op insecten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Alleen in het gidsgebied: plaatselijk in de hooglanden van Chiapas, Guatemala en El Salvador.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Moeilijk te vinden; het meest kans geven struikrijke hellingen in de hooglanden van Chiapas en Guatemala. Let op het ritselen in laag struikgewas en de witte oogring.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd volgens de wereldwijde beoordeling, maar schaars en plaatselijk; gevoelig voor het verdwijnen van struikgewas door landbouw en begrazing.
Wetenschappelijke naam
Xenotriccus callizonus | Dwight & Griscom, 1927
Dwight & Griscom beschreef de soort in 1927 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Xenotriccus voerde hij in datzelfde werk in. Xenotriccus is Grieks, van xenos 'vreemdeling' en trikkos 'klein vogeltje', in de vogelkunde gebruikt voor tirannen: 'vreemde tiran', naar de afwijkende plaats binnen de familie. callizonus is Grieks, van kallos 'schoonheid' en zōnē 'gordel': 'met een fraaie gordel', naar de roestbruine borstband. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Panajachel aan het Atitlánmeer, Guatemala.


