Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Gordeltiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Gordeltiran | Xenotriccus callizonus

Belted Flycatcher | Mosquero fajado

De gordeltiran is een kleine, gekuifde tiran van droog, struikrijk bos in de hooglanden van het zuiden van Mexico en het noorden van Midden-Amerika. Hij dankt zijn naam aan de oranjebruine band over de borst. Hij leeft verborgen in dicht struikgewas en is weinig bekend.

Gordeltiran (Xenotriccus callizonus)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Korte, droge roepjes; de zang is weinig bekend.

Luister: ZangXC147111

Opname: Paul van Els — CC BY-NC-SA 3.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm, met een korte, puntige kuif. Kop grijsolijf met een opvallende witte oogring. Rug olijfbruin. Vleugels donker met twee okerkleurige vleugelstrepen. Keel lichtgrijs, over de borst een brede oranjebruine band, buik lichtgeel. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De noordelijke kuiftiran Mitrephanes phaeocercus heeft ook een kuif, maar is egaal okerkleurig van onder zonder afgetekende borstband en zit opvallend aan bosranden en open plekken. De blonde feetiran Empidonax fulvifrons is kleiner, zonder kuif, met een egaal bleke okerkleurige borst.

Leefgebied

Droog tot halfdroog struikgewas, dicht eikenstruweel en struikrijke hellingen en ravijnen in de hooglanden, vaak aan de randen van pijn-eikenbos. Jaagt laag in dichte vegetatie op insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Alleen in het gidsgebied: plaatselijk in de hooglanden van Chiapas, Guatemala en El Salvador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Moeilijk te vinden; het meest kans geven struikrijke hellingen in de hooglanden van Chiapas en Guatemala. Let op het ritselen in laag struikgewas en de witte oogring.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd volgens de wereldwijde beoordeling, maar schaars en plaatselijk; gevoelig voor het verdwijnen van struikgewas door landbouw en begrazing.

Wetenschappelijke naam

Xenotriccus callizonus | Dwight & Griscom, 1927

Dwight & Griscom beschreef de soort in 1927 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Xenotriccus voerde hij in datzelfde werk in. Xenotriccus is Grieks, van xenos 'vreemdeling' en trikkos 'klein vogeltje', in de vogelkunde gebruikt voor tirannen: 'vreemde tiran', naar de afwijkende plaats binnen de familie. callizonus is Grieks, van kallos 'schoonheid' en zōnē 'gordel': 'met een fraaie gordel', naar de roestbruine borstband. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Panajachel aan het Atitlánmeer, Guatemala.