Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Goudbrauwzanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Goudbrauwzanger | Basileuterus belli

Golden-browed Warbler | Chipe ceja dorada

De goudbrauwzanger is een zanger van de bergbossen van Mexico en het noorden van Midden-Amerika, met een roodbruine kruin en wangen en een brede goudgele wenkbrauwstreep. Hij leeft in paren laag in de ondergroei van vochtig pijn-eikenbos en nevelwoud.

Goudbrauwzanger (Basileuterus belli)
Foto: Gary T. Leavens — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks hoge, dunne fluitnoten die versnellen en eindigen in een korte, oplopende frase. De roep is een droog tsjik of tsit.

Luister: ZangXC977897

Opname: Matthew L. Brady — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Kruin en wang roodbruin; tussen beide een brede, goudgele wenkbrauwstreep, aan de bovenkant afgezet met een smalle zwarte lijn. Teugel donker. Bovendelen olijfgroen, zonder vleugelstrepen. Onderdelen helder geel, op borst en flanken olijfkleurig gewassen. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; jonge vogels zijn bruiner, met een vagere kopstreping.

Verwarrings­soorten

De roodkapzanger Basileuterus rufifrons heeft ook een roodbruine kruin en wang, maar een witte wenkbrauwstreep, vaak een witte buik en een langere, vaak opgeheven staart; hij leeft lager, in droger struikgewas en bosranden. De goudhaanzanger Basileuterus culicivorus heeft een grijze kop met zwarte kruinstrepen en een gele of oranje middenstreep, geen roodbruine wang, en leeft meestal lager. De wilsons zanger Cardellina pusilla heeft een egaal gele kop zonder streping.

Leefgebied

Ondergroei van vochtig pijn-eikenbos, eikenbos, nevelwoud en hooggelegen naaldbos, vaak in ravijnen en langs beekjes; meestal tussen ongeveer 1500 en 3500 m. Zoekt dicht bij de grond naar insecten, in paren of in gemengde groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Hooglanden van Mexico, van de Sierra Madre Occidental (Sinaloa en Durango) en de Sierra Madre Oriental (Tamaulipas) zuidwaarts door de Transmexicaanse vulkanengordel, de Sierra Madre del Sur en Chiapas naar Guatemala, El Salvador en Honduras. Standvogel.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de bergen rond San Cristóbal de las Casas in Chiapas, in de bossen boven Oaxaca en in de hooglanden van Guatemala geregeld te zien, meestal in paren laag in de ondergroei, waar de droge roep de aanwezigheid verraadt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen in vochtig bergbos binnen een groot verspreidingsgebied; gaat plaatselijk achteruit door houtkap en omzetting van bergbos in landbouwgrond.

Wetenschappelijke naam

Basileuterus belli | (Giraud, 1841)

Giraud beschreef de soort in 1841 als Muscicapa belli; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Basileuterus werd in 1848 ingevoerd door Cabanis. Basileuterus is Grieks, van basileuteros 'koninklijker', naar de gekleurde kruinstreep die aan een kroontje doet denken. belli eert de Amerikaanse taxidermist en verzamelaar John Graham Bell (1812–1889). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Pico de Orizaba, Veracruz, Mexico (oorspronkelijk ten onrechte 'Texas').