Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Goudvoorhoofdvireo
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Goudvoorhoofdvireo | Pachysylvia aurantiifrons
Golden-fronted Greenlet | Verdillo luisucho
De goudvoorhoofdvireo is een kleine, olijfkleurige vireo met een geelachtig voorhoofd, die in het gidsgebied alleen in Panama voorkomt. Hij leeft in de kronen van bosranden, galerijbos en droger bos.
Geluid
De zang is een snel herhaalde, heldere reeks korte fluittonen.
Opname: Pedro Luis Castillo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
11–12 cm. Voorhoofd geelachtig tot goudkleurig, kruin bruinachtig. Bovendelen olijfgroen tot olijfbruin. Onderdelen vaal geelachtig tot okergeel, keel lichter. Oog donker. Snavel vrij kort en licht.
Verwarringssoorten
De kleine vireo Pachysylvia decurtata is compacter, korterstaart en heeft een witte oogring en geen geel voorhoofd. De struikvireo Hylophilus flavipes heeft een licht oog en leeft vooral laag in struweel.
Leefgebied
Bosranden, secundair bos, galerijbos en droog tot halfvochtig bos, ook bomen in weiden, in het laagland. Zoekt in de kronen naar insecten, vaak in gemengde groepen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen in Panama, vooral in het midden en oosten. Buiten het gidsgebied in het noorden van Colombia, Venezuela en op Trinidad.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het meest te verwachten in bosranden en droger bos in het midden en oosten van Panama; let op het gele voorhoofd en het donkere oog.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Vrij algemeen in het verspreidingsgebied.
Wetenschappelijke naam
Pachysylvia aurantiifrons | (Lawrence, 1861) (GBIF: Hylophilus aurantiifrons)
Lawrence beschreef de soort in 1861 als Hylophilus aurantiifrons; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pachysylvia werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Pachysylvia combineert Grieks pakhus 'dik, gedrongen' met het geslacht Sylvia (grasmussen), naar de gedrongen bouw. aurantiifrons is Latijn, van aurantius 'oranje' en frons 'voorhoofd', naar het goudgele voorhoofd. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit langs de Panamaspoorweg, Panama.



