Alle soorten › Zangvogels › Muggenvangers › Grijsbuikmuggensluiper

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grijsbuikmuggensluiper | Microbates cinereiventris

Tawny-faced Gnatwren | Soterillo caricastaño

De grijsbuikmuggensluiper is een klein, gedrongen vogeltje met een korte staart, een lange snavel en een warm oranjebruin gezicht. Hij leeft laag in de ondergroei van vochtig laaglandbos, van het zuidoosten van Nicaragua tot Panama.

Grijsbuikmuggensluiper (Microbates cinereiventris)
Foto: Anthony Batista — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een langgerekte, zachte, klagende fluittoon, vaak herhaald. Daarnaast korte, droge roepjes.

Luister: ZangXC1102096

Opname: Daan van der Hoeven — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10 cm. Gezicht helder oranjebruin, met een zwartachtige streep achter het oog. Keel wit, begrensd door een zwarte baardstreep; borst en buik grijs. Bovendelen bruin. Staart kort, vaak opgewipt. Snavel lang, recht en dun.

Verwarrings­soorten

De zwartstaartmuggensluiper Ramphocaenus melanurus heeft een lange, smalle, zwartachtige staart met witte punten, een nog langere snavel en lichtere, vaalbruine onderdelen. Boswinterkoningen zoals de witborstboswinterkoning Henicorhina leucosticta hebben een gestreept gezicht en een kortere snavel.

Leefgebied

Ondergroei van vochtig laaglandbos en heuvelbos, vooral in ravijnen en langs beekjes in schaduwrijk bos, meestal beneden 1000 m. Zoekt dicht bij de grond, vaak in paren, tussen bladeren en takjes naar insecten en spinnen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van het uiterste zuidoosten van Nicaragua en van Costa Rica, en een groot deel van Panama. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en Ecuador en in het oosten aan de voet van de Andes.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Moeilijk te zien in de donkere ondergroei; meestal verraadt de klagende fluittoon hem. Blijf stil staan bij een beekje in het bos en wacht tot het vogeltje dichterbij komt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid, maar gevoelig voor het verdwijnen en versnipperen van vochtig bos.

Wetenschappelijke naam

Microbates cinereiventris | (Sclater, 1855)

Sclater beschreef de soort in 1855 als Ramphocaenus cinereiventris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Microbates werd in 1873 ingevoerd door Sclater & Salvin. Microbates is Grieks, van mikros 'klein' en batēs 'loper, stapper': 'kleine loper'. cinereiventris is Latijn, van cinereus 'asgrauw' en venter 'buik', naar de grijze onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Buenaventura, Colombia.