Alle soorten › Zangvogels › Ovenvogels en muisspechten › Grijskeelbladkrabber

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grijskeelbladkrabber | Sclerurus albigularis

Grey-throated Leaftosser | Tirahojas gorgigrís

De grijskeelbladkrabber is een donkerbruine grondvogel van vochtig bos in de heuvels en lagere bergen, met een grijze keel en een roodbruine borst. In het gidsgebied komt hij alleen in Costa Rica en het westen van Panama voor. Hij zoekt onder dode bladeren naar voedsel en is schuw en moeilijk te zien.

Grijskeelbladkrabber (Sclerurus albigularis)
Foto: Don Faulkner — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks hoge, wat schurende fluittonen die stijgen en dan versnellen. De roep is een scherp, kort tsjiek, vaak bij het opvliegen.

Luister: AlarmroepXC711667

Opname: Brayan Coral Jaramillo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–17 cm. Bovendelen donker olijfbruin, stuit roodbruin; staart kort en zwartachtig. Keel lichtgrijs, scherp begrensd tegen een warm roodbruine borst; buik donkerder bruin. Snavel vrij lang en recht, zwartachtig met een lichtere ondersnavelbasis. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De bruinkeelbladkrabber Sclerurus mexicanus heeft een roodbruine in plaats van grijze keel en een licht gebogen snavel. De schubkeelbladkrabber Sclerurus guatemalensis leeft vooral lager en heeft een witachtige, geschubde keel en een geschubde borst zonder roodbruin.

Leefgebied

Bodem van vochtig altijdgroen bos in de voetheuvels en lagere bergen, vooral in ongestoord bos met veel strooisel. Zoekt insecten en andere ongewervelde dieren onder dode bladeren. Graaft voor het nest een gang in een aarden wal.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in de bergen van Costa Rica en het westen van Panama. Buiten het gidsgebied plaatselijk in het noorden en westen van Zuid-Amerika, onder meer in Venezuela en Colombia, langs de oostflank van de Andes tot in Bolivia, en op Trinidad en Tobago.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Een van de lastigst te vinden bladkrabbers: het best door in vochtig bergbos te luisteren naar de zang en naar omgewoelde bladeren, vooral in de vroege ochtend.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd volgens de huidige beoordeling. Schaars en gevoelig voor het verdwijnen van ongestoord bos.

Wetenschappelijke naam

Sclerurus albigularis | Sclater & Salvin, 1869

Sclater & Salvin beschreef de soort in 1869 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sclerurus werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Sclerurus is Grieks, van sklēros 'stijf, hard' en oura 'staart', naar de stijve staartpennen. albigularis is Latijn, van albus 'wit' en gula 'keel', naar de lichte keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Venezuela (Cumbre de Valencia).