Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Grijskeelspecht

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Grijskeelspecht | Melanerpes hypopolius

Grey-breasted Woodpecker | Carpintero pecho gris

De grijskeelspecht is een vrij dof getekende Melanerpes-specht van de droge binnenlanden van het zuidwesten van Mexico. Hij leeft in streken met zuilcactussen en verspreide bomen en is vaak in paren of kleine groepen te zien. Buiten zijn kleine areaal komt hij nergens voor.

Grijskeelspecht (Melanerpes hypopolius)
Foto: Ricardo Betancourt Sánchez — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luide, wat agressief klinkende ratel, een kort tsjok en een nadrukkelijk, nasaal jak.

Luister: RoepXC190563

Opname: Andrew Spencer — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–21 cm. Kop, hals en onderdelen effen grijsbruin, naar de onderbuik lichter, met wisselend veel zwarte pijlpuntvormige vlekjes op de onderbuik. Voorhoofd wit tot vaalwit. Rond het oog een smalle zwarte rand, met eronder enkele rode veertjes. Het mannetje heeft een rode vlek midden op de kruin; het vrouwtje heeft een effen grijze kop. Rug en vleugels dicht zwart-wit gebandeerd, stuit wit. Jonge vogels zijn bruiner en minder contrastrijk gebandeerd.

Verwarrings­soorten

In zijn areaal is er geen soort waarmee hij gemakkelijk te verwarren is. De goudwangspecht Melanerpes chrysogenys, die lager en in vochtiger bos leeft, heeft een gele nek, een zwarte vlek rond het oog en een geeloranje buikvlek. De ladderspecht Dryobates scalaris is kleiner, met een zwart-wit gestreepte kop. De eikelspecht Melanerpes formicivorus heeft een effen zwarte rug.

Leefgebied

Droog struweel met zuilcactussen en verspreide bomen, doornstruweel, open droogbos en bosjes langs rivieren, ook in dorpen; meestal tussen 900 en 2100 m. Langs rivieren vooral waar de goudwangspecht ontbreekt. Zoekt in groepjes van drie tot tien vogels naar voedsel en overnacht gezamenlijk in cactussen.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het zuidwesten van Mexico: de binnenlanden van het noorden van Guerrero en Morelos via het zuiden van Puebla tot centraal Oaxaca, met onder meer het stroomgebied van de Balsas en de vallei van Tehuacán.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Goed te zien in de droge valleien rond de stad Oaxaca, onder meer bij Monte Albán en Yagul, en in de vallei van Tehuacán in Puebla. Zit vaak in kleine groepen boven op zuilcactussen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in zijn beperkte areaal, maar over zijn leefwijze is weinig bekend.

Wetenschappelijke naam

Melanerpes hypopolius | (Wagler, 1829)

Wagler beschreef de soort in 1829 als Picus hypopolius; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melanerpes werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Melanerpes is Grieks, van melas 'zwart' en herpēs 'kruiper': 'zwarte kruiper'. hypopolius is Grieks, van hupo 'onder' en polios 'grijs', naar de grijsbruine onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tehuacán, Puebla, Mexico.