Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Grijskopzanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grijskopzanger | Geothlypis philadelphia

Mourning Warbler | Chipe enlutado

De grijskopzanger is een stevige, laag levende zanger met een grijze kap, olijfgroene bovendelen en gele onderdelen. Hij broedt in Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten en trekt door het oosten van Mexico en Midden-Amerika naar overwinteringsgebieden van Nicaragua tot het noorden van Zuid-Amerika. Hij houdt zich verborgen in dicht struikgewas.

Grijskopzanger (Geothlypis philadelphia)
Foto: kirk gardner — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks heldere, rollende dubbeltonen gevolgd door een kort, lager slot, zoals tsjoerie-tsjoerie-tsjoerie-tsjoe-tsjoe. De roep is een droog, wat ruw tsjip of tsjek.

Luister: ZangXC1014326

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–14 cm. Vrij stevig, met een korte staart en roze poten. Het mannetje heeft een blauwgrijze kap zonder oogring en een zwarte, geschubde vlek op de onderkeel en bovenborst. Het vrouwtje heeft een lichtere grijsbruine kap, een lichte keel en vaak een smalle, gebroken oogring. Jonge vogels in de herfst hebben een olijfgrijze kap, een gele keel en een smalle, bijna gesloten lichte oogring. Bovendelen olijfgroen, buik en onderstaartdekveren geel.

Verwarrings­soorten

De rouwkopzanger Geothlypis tolmiei heeft duidelijke witte boogjes boven en onder het oog, bij het mannetje zwarte teugels en een langere staart; jonge vogels zijn lastig te scheiden en worden vooral op roep en oogtekening onderscheiden. Beide soorten trekken door een deel van hetzelfde gebied, maar de rouwkopzanger vooral in het westen en de grijskopzanger vooral langs de Golfkust. Vrouwtjes van de gewone maskerzanger Geothlypis trichas hebben geen grijze kap en een lichtere buik.

Leefgebied

Op de trek en in de winter dicht struikgewas, secundaire begroeiing, bosranden, ruige velden met struiken, oevers met dichte vegetatie en schaduwkoffie; vooral in vochtig laagland en voetheuvels tot ongeveer 1500 m. Zoekt laag bij de grond naar insecten en spinnen.

Verspreiding en trek

Broedt in het zuiden van Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten. Trekt vooral langs de Golfkust van Mexico en door de Caribische kant van het noorden van Midden-Amerika. Overwintert van Nicaragua door Costa Rica en Panama tot in Colombia, Venezuela en Ecuador.

  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter in Costa Rica en Panama te vinden in dichte struiken langs bosranden en ruige weiden; de vogel blijft meestal verborgen en wordt het vaakst opgemerkt aan de droge roep.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen in zijn broedgebied, al gaat de soort langzaam achteruit. In het gidsgebied een vrij algemene doortrekker en wintergast in het zuiden.

Wetenschappelijke naam

Geothlypis philadelphia | (Wilson, 1810)

Wilson beschreef de soort in 1810 als Sylvia Philadelphia; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Geothlypis werd in 1847 ingevoerd door Cabanis. Geothlypis is Grieks, van gē 'aarde, grond' en thlupis, een niet nader bekend klein vogeltje: 'grondzangertje', naar het leven laag in dichte begroeiing. philadelphia verwijst naar Philadelphia (Pennsylvania), waar Alexander Wilson het eerste exemplaar verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit omgeving van Philadelphia, Pennsylvania (VS).