Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Grijskruinmiervogel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grijskruinmiervogel | Sipia laemosticta

Dull-mantled Antbird | Hormiguero alimaculado

De grijskruinmiervogel is een donkere, kortstaartige miervogel met een rood oog, die vooral in schaduwrijke ravijnen en langs beekjes in de voetheuvels leeft. Hij houdt zich op of vlak boven de grond op. In het gidsgebied komt hij voor in Costa Rica en Panama.

Grijskruinmiervogel (Sipia laemosticta)
Foto: Adam Jackson — CC0 1.0 · iNaturalist

Geluid

Een korte reeks hoge, heldere fluittonen. Daarnaast korte, scherpe roeptonen.

Luister: ZangXC1071763

Opname: Sue Riffe — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm. Oog rood. Het mannetje heeft een leigrijze kop en onderzijde met een zwarte keel, een donker kastanjebruine rug en zwartachtige vleugeldekveren met kleine witte stippen. Het vrouwtje lijkt op het mannetje, maar heeft witte vlekjes in de zwarte keel en een bruinere buik en flanken. Staart kort en zwartachtig.

Verwarrings­soorten

De bruinrugmiervogel Poliocrania exsul heeft een donker oog met kale blauwe huid eromheen, een helderder kastanjebruine rug en meestal geen witte stippen op de vleugel; hij leeft vaker lager in het laagland. De tiranmiervogel Cercomacroides tyrannina is slanker, langstaartiger en zit hoger in de struiklaag.

Leefgebied

Ondergroei van vochtig voetheuvelbos en de lagere berghellingen, vooral op steile hellingen, in ravijnen en langs beekjes met dichte begroeiing. Zoekt op of vlak boven de grond naar insecten, meestal in paartjes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van Costa Rica; in Panama in de voetheuvels aan beide kanten, oostwaarts tot Darién. Buiten het gidsgebied in het noordwesten van Colombia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Te zoeken langs beekjes en in ravijnen in voetheuvelbos in Costa Rica en Panama. Let op de rode ogen in het halfdonker van de ondergroei.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen, maar door de gebondenheid aan voetheuvelbos onregelmatig verspreid; gevoelig voor ontbossing.

Wetenschappelijke naam

Sipia laemosticta | (Salvin, 1865)

Salvin beschreef de soort in 1865 als Myrmeciza laemosticta; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sipia werd in 1924 ingevoerd door Hellmayr. Sipia is genoemd naar Sipí in de Chocó (West-Colombia), de typelocatie van de typesoort. laemosticta is Grieks, van laimos 'keel' en stiktos 'gevlekt', naar de witgevlekte zwarte keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tucurrique, Costa Rica.