Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Grijze junco

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grijze junco | Junco hyemalis

Dark-eyed Junco | Junco ojioscuro

De grijze junco is een gors met een donkere kop, een roze snavel en witte buitenste staartpennen die bij het opvliegen opvallen. De soort is in Noord-Amerika wijdverbreid en bestaat uit verschillende goed herkenbare vormen. In het gidsgebied broedt hij alleen in de hoge bergen van Baja California; elders in het noorden van Mexico is hij wintergast.

Grijze junco (Junco hyemalis)
Foto: Channel City Camera Club from Santa Barbara, US — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een eentonige, muzikale triller op één toonhoogte. Roepen: een droog, tikkend tsik of smek en een hoog getwitter in vlucht.

Luister: ZangXC1153566

Opname: Ed Pandolfino — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–16 cm. Snavel roze, ogen donker. Buik wit; buitenste staartpennen wit, goed zichtbaar in vlucht. Het verenkleed verschilt sterk per vorm. In Baja California broedt een vorm met een donkergrijze kop en borst en een grijsbruine rug. In de winter verschijnen ook vogels met een zwarte kap, bruine rug en roze-bruine flanken (Oregon-groep), egaal leigrijze vogels (leigrijze groep) en vogels met een grijze kop, donkere teugel en roestrode rug (grijskopgroep). Vrouwtjes zijn doffer en bruiner dan mannetjes.

Verwarrings­soorten

De geeloogjunco Junco phaeonotus heeft een geel oog, een tweekleurige snavel en roestbruine randen aan de vleugelveren; de grijskopgroep van de grijze junco heeft ook een roestrode rug, maar donkere ogen en een geheel roze snavel. De guadalupejunco Junco insularis komt alleen op het eiland Guadalupe voor en Bairds junco Junco bairdi alleen in de Sierra de la Laguna in Baja California Sur.

Leefgebied

Broedt in open naaldbos van gele den en Jeffreys den in de hoge bergen. In de winter in open bos, bosranden, struweel, graslanden met verspreide bomen en soms bij boerderijen en tuinen, meestal in groepjes op de grond. Eet zaden en, in de broedtijd, veel insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt van Alaska en Canada tot in de bergen van het westen en oosten van de Verenigde Staten. In het gidsgebied als broedvogel alleen in de Sierra Juárez en de Sierra San Pedro Mártir in het noorden van Baja California. Overwintert in het noorden van Mexico, vooral in Sonora, Chihuahua, Coahuila en Nuevo León, zeldzamer zuidelijker.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de Sierra San Pedro Mártir jaarrond algemeen in het nationale park. In de winter in het noorden van Mexico in groepjes langs bosranden en op open plekken, vaak samen met andere gorzen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Een van de talrijkste vogels van Noord-Amerika; in het gidsgebied plaatselijk algemeen.

Wetenschappelijke naam

Junco hyemalis | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Fringilla hyemalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Junco werd in 1831 ingevoerd door Wagler. Junco komt van het Latijnse iuncus 'bies'. hyemalis is Latijn voor 'van de winter'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit South Carolina.