Alle soorten › Zangvogels › Zijdevliegenvangers › Grijze zijdevliegenvanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grijze zijdevliegenvanger | Ptiliogonys cinereus

Grey Silky-flycatcher | Capulinero gris

De grijze zijdevliegenvanger is een slanke, grijze vogel met een borstelige kuif, een vrij lange staart en gele onderstaartdekveren. Hij trekt in luidruchtige groepjes door het bergbos en vangt insecten in de vlucht vanaf hoge takken. In het gidsgebied leeft hij in de bergen van Mexico en verder zuidwaarts tot in Honduras.

Grijze zijdevliegenvanger (Ptiliogonys cinereus)
Foto: Amado Demesa from DF, México — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Droge, klikkende roepen als tsje-tsjek of tsji-tsji-rup, vooral in de vlucht en in groepjes.

Luister: VluchtroepXC978360

Opname: Matthew L. Brady — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

18–21 cm, met een vrij lange staart. Het mannetje is blauwgrijs, met een lichtere, grijswitte kop en kuif en een gebroken witte oogring; flanken olijfgeel, onderstaartdekveren heldergeel. Vleugels en staart zwartachtig, de staart met een brede witte band halverwege, vooral van onderen goed te zien. Het vrouwtje is bruiner grijs en doffer, met dezelfde tekening.

Verwarrings­soorten

De cederpestvogel Bombycilla cedrorum is bruingrijs, met een zwart masker, een gele buik en een gele staartpunt. Het vrouwtje van de zwarte zijdevliegenvanger Phainopepla nitens is effen donkergrijs met een rood oog en mist het geel onder de staart; het leeft in droog laagland, niet in bergbos.

Leefgebied

Pijn-eikenbos, nevelwoud en naaldbos in de bergen, met bosranden en open plekken, ook parken en tuinen in bergdorpen en -steden. Eet bessen, vooral van maretak, en vangt insecten in de vlucht. Buiten het broedseizoen trekken groepen rond naar plaatsen met vruchten, deels ook op lagere hoogten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in de Sierra Madre Occidental en de Sierra Madre Oriental, de vulkaangordel van Midden-Mexico en de bergen van Guerrero, Oaxaca en Chiapas, en verder zuidwaarts door de hooglanden van Guatemala en El Salvador tot in Honduras. Buiten het gidsgebied zeldzame dwaalgast in het zuiden van de Verenigde Staten.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Groepjes zitten vaak op dode takken in de top van hoge bomen of op draden langs wegen in het bergbos, en zijn aan hun droge roepen te herkennen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid en plaatselijk algemeen in bergbos.

Wetenschappelijke naam

Ptiliogonys cinereus | Swainson, 1827 (GBIF: Ptilogonys cinereus)

Swainson beschreef de soort in 1827 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ptiliogonys voerde hij in datzelfde werk in. Ptiliogonys is Grieks, van ptilon 'veer' en gonu 'knie': 'bevederde knie', naar de pluk donzige veren aan de dijen. cinereus is Latijn voor 'asgrauw', van cinis 'as', naar het grijze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Temascaltepec, staat México, Mexico.