Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Heremietlijster
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Heremietlijster | Catharus guttatus
Hermit Thrush | Zorzal cola rufa
De heremietlijster is een olijfbruine Catharus-lijster met een roodbruine staart en een gevlekte borst. Hij broedt in een groot deel van Noord-Amerika en is in de winter een algemene gast in de bossen en struwelen van het noorden en midden van Mexico; in kleine aantallen broedt hij ook in de bergen van Baja California. Als enige Catharus van Noord-Amerika overwintert hij grotendeels ten noorden van de tropen.
Geluid
In de winter vooral een zacht, droog tsjuk en een stijgend, nasaal zwieee. De zang, in het broedgebied en soms aan het einde van de winter, begint met een lange, zuivere fluittoon gevolgd door een snelle, fluitende roffel; opeenvolgende frasen worden op verschillende toonhoogten gezongen.
Opname: Ray Cooke — CC BY-NC 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
15–18 cm. Kop en rug olijfbruin tot grijsbruin; staart en stuit duidelijk roodbruin, afstekend tegen de rug. Smalle, scherpe witte oogring. Keel en borst wit tot licht okerkleurig met scherpe, ronde zwarte vlekken, flanken grijsbruin, buik wit. Ondersnavel licht met een donkere punt; poten licht roze. Heeft de gewoonte om de staart langzaam op te heffen en weer te laten zakken en daarbij met de vleugels te trillen. De seksen zijn gelijk; vogels uit het westen zijn grijzer van boven dan die uit het oosten.
Verwarringssoorten
De dwerglijster Catharus ustulatus en de grijswangdwerglijster Catharus minimus zijn vooral doortrekkers en hebben een staart in dezelfde kleur als de rug; de dwerglijster heeft bovendien een okergele bril. De veery Catharus fuscescens is van boven egaal roodbruin met vage borstvlekken. De roodbruine dwerglijster Catharus occidentalis is egaal roodbruin, zonder afstekende staart, en heeft slechts vage borstvlekken. De amerikaanse boslijster Hylocichla mustelina is groter, met een roestbruine kop en grote zwarte vlekken tot op de buik.
Leefgebied
In de winter ondergroei en randen van pijn-eikenbos, eikenbos en naaldbos, chaparral, bebost struweel langs beken, oud secundair bos en parken en tuinen met dichte struiken; van zeeniveau tot hoog in de bergen. Broedt in Baja California in hooggelegen naaldbos. Zoekt op de grond naar insecten en eet in de winter veel bessen en andere vruchten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt van Alaska door Canada tot het noordoosten van de Verenigde Staten en in de bergen van het westen van de Verenigde Staten; in het gidsgebied in de Sierra de San Pedro Mártir en de Sierra de Juárez in Baja California. Overwintert van het zuiden van de Verenigde Staten door het noorden en midden van Mexico tot in de hooglanden van Guatemala en El Salvador; verder zuidelijk zeldzaam.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de winter goed te vinden in parken en beboste tuinen in het noorden en midden van Mexico, vaak bij vruchtdragende struiken. De langzaam opgeheven roodbruine staart is een goed herkenningspunt bij een vogel die stil in de ondergroei zit.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Wijdverbreid en algemeen; de broedpopulatie in Noord-Amerika is stabiel of neemt toe. De kleine broedpopulatie in Baja California is afhankelijk van het hooggelegen naaldbos aldaar.
Wetenschappelijke naam
Catharus guttatus | (Pallas, 1811)
Pallas beschreef de soort in 1811 als Muscicapa guttata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Catharus werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Catharus komt van het Griekse katharos 'zuiver, schoon'; de naam doelde op het gave verenkleed van de oranjesnavelnachtegaallijster. guttatus is Latijn voor 'gevlekt, gespikkeld', naar de donkere druppelvlekken op de borst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kodiak, Alaska.





