Alle soorten › Hoenderachtigen › Hokko's en chachalaca's › Hoorngoean
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae
Hoorngoean | Oreophasis derbianus
Horned Guan | Pavón cornudo
De hoorngoean is een grote, zeldzame goean van het nevelwoud op de hoogste bergen van Chiapas en het westen van Guatemala. Een rechtopstaande rode hoorn op de kruin maakt de vogel onmiskenbaar. De soort is de enige in het geslacht Oreophasis, heeft een van de kleinste verspreidingsgebieden van alle hokko's en goeans en komt buiten het gidsgebied niet voor.
Geluid
In de broedtijd, ongeveer van januari tot april, roept het mannetje een diep, laag en buikspreekachtig gekreun, oemh oemh, dat moeilijk te lokaliseren is. Verder zachte, kakelende roepen en bij onrust een scherp kruk; ook een klapperend geluid met de vleugels.
Opname: Sasha Robinson — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
75–85 cm; een grote, zware goean met een lange staart. Kop, hals en bovendelen zijn zwart met een blauwgroene glans. Voorhals en borst zijn wit met fijne zwarte streepjes, de buik is bruinzwart. De lange zwarte staart heeft halverwege een brede witte band. Op de kruin staat een kale, rechtopstaande, karmijnrode hoorn van enkele centimeters hoog. De keel heeft een klein kaal rood vlak, het oog is wit, de snavel geel en de poten zijn rood. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; het vrouwtje heeft een iets kleinere hoorn.
Verwarringssoorten
Met de hoorn, de witte borst en de witte staartband is de soort niet te verwarren. De berggoean Penelopina nigra leeft in dezelfde bergen; het mannetje is ook zwart, maar veel kleiner, zonder wit en zonder hoorn, met een rode keellap. Het kuifsjakohoen Penelope purpurascens is olijfbruin met een borstelige kuif en leeft vooral lager.
Leefgebied
Vochtig nevelwoud en hoger gelegen bos met eiken, pijnbomen en dichte ondergroei, vooral tussen ongeveer 1800 en 3100 m. Leeft alleen, in paartjes of kleine groepjes in de bomen, waar de vogel springend van tak naar tak beweegt, en komt soms op de grond. Eet vooral vruchten en bladeren. Het nest ligt hoog in een boom.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Sierra Madre de Chiapas, van El Triunfo tot de Tacaná aan de grens met Guatemala, en de vulkanen en hoogste bergen van het westen en midden van Guatemala, onder meer rond het Atitlánmeer. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Te zoeken in El Triunfo in Chiapas, dat alleen na een meerdaagse voettocht bereikbaar is, en op de hellingen van de vulkanen rond het Atitlánmeer in Guatemala, zoals de Volcán San Pedro en de Volcán Atitlán. Vroeg in de broedtijd helpt het lage gekreun van het mannetje om de vogel te vinden.
Staat van instandhouding
Bedreigd. Er zijn naar schatting minder dan 2500 volwassen vogels, verdeeld over een klein aantal geïsoleerde bergtoppen. De soort gaat achteruit door bosverlies, het omzetten van bos in akkers en koffieplantages en door jacht.
Wetenschappelijke naam
Oreophasis derbianus | Gray, 1844
Gray beschreef de soort in 1844 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Oreophasis voerde hij in datzelfde werk in. Oreophasis is Grieks, van oros 'berg' en phasianos 'fazant': 'bergfazant', naar de hooglandbossen waar hij leeft. derbianus eert Edward Smith-Stanley, de 13e graaf van Derby (1775–1851), Engels natuurhistorisch verzamelaar met een grote menagerie. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guatemala.

