Alle soorten › Hoenderachtigen › Hokko's en chachalaca's › Kuifsjakohoen

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae

Kuifsjakohoen | Penelope purpurascens

Crested Guan | Pava cojolita

Het kuifsjakohoen is de grootste en meest verbreide goean van het gidsgebied, een bosvogel van het laagland en de lagere hellingen van West- en Oost-Mexico tot Panama. Paartjes en kleine groepjes leven in het bladerdak en verraden zich vaak door luide, jankende roepen. De soort leeft ook in het noordwesten van Zuid-Amerika.

Kuifsjakohoen (Penelope purpurascens)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luid en opvallend: een reeks jankende, toeterende roepen, kjauw kjauw kjauw, vaak in de schemering en bij onrust. In de broedtijd maakt de vogel bij zonsopgang een droog, ratelend geluid met de vleugels in een korte glijvlucht.

Luister: ZangXC1071770

Opname: José María Loaiza B. — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

84–91 cm; een grote, langstaartige goean met een lange hals, een kleine kop en een borstelige kuif. Het verenkleed is donker olijfbruin met een bronsgroene glans, op de bovendelen wat roestkleuriger. Hals, borst en vleugeldekveren dragen fijne witte streepjes en randjes. Het gezicht rond het oog is kaal en grijsblauw, de keel heeft een kale, felrode keellap. Het oog is rood, de snavel donker en de poten zijn rood. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Chachalaca's, zoals de bruine chachalaca Ortalis vetula, zijn veel kleiner en slanker, grijsbruin zonder witte streepjes, met een klein kaal roze keelvlak en een kleinere kuif; ze leven in luidruchtige groepen in struweel en bosranden. De zwarte goean Chamaepetes unicolor is kleiner en egaal zwart, met een blauw gezicht en zonder keellap. Het vrouwtje van de bruine hokko Crax rubra is groter, gebandeerd en leeft vooral op de grond. De berggoean Penelopina nigra is kleiner en leeft hoger.

Leefgebied

Groenblijvend en halfgroenblijvend laaglandbos, heuvelbos, galerijbos en vochtige delen van droogbos, plaatselijk ook nevelwoud, van zeeniveau tot ongeveer 2000 m, vooral onder 1500 m. Leeft in paartjes of kleine groepjes in het bladerdak en komt zelden op de grond. Eet vooral vruchten, ook bladeren en bloemen. Het nest is een platform van takjes hoog in een boom.

Verspreiding en trek

In Mexico langs de Pacifische kant van het zuiden van Sinaloa tot Chiapas en langs de Caribische kant van het zuiden van Tamaulipas via Veracruz, Tabasco en het zuiden van het schiereiland Yucatán tot Chiapas. Verder in Belize, Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua, Costa Rica en Panama. Buiten het gidsgebied in Colombia, Venezuela en het westen van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het kuifsjakohoen is goed te zien in grote beschermde bossen waar niet wordt gejaagd, zoals Calakmul in Campeche, Tikal in Guatemala, Corcovado en Carara in Costa Rica en langs de Pipeline Road in Soberanía in Panama. Vruchtdragende bomen trekken vaak meerdere vogels; de luide roepen helpen ze te vinden.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De soort verdwijnt uit gebieden met veel jacht en bosverlies en is in grote delen van Mexico en het laagland van Midden-Amerika zeldzaam geworden. In grote beschermde bossen is hij nog vrij algemeen.

Wetenschappelijke naam

Penelope purpurascens | Wagler, 1830

Wagler beschreef de soort in 1830 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Penelope werd in 1786 ingevoerd door Merrem. Penelope komt van Grieks pēnelops, een niet nader bepaalde eendachtige vogel; dezelfde naam als die van Penelope, de vrouw van Odysseus. purpurascens is Latijn voor 'purperachtig', naar de purperen tot groene glans op het donkere verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico (niet nader bepaald).