Alle soorten › Zangvogels › Mussen › Huismus
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Huismus | Passer domesticus
House Sparrow | Gorrión común
De huismus is in het gidsgebied een exoot: hij komt hier van nature niet voor. Na de invoering in Noord-Amerika in de negentiende eeuw verspreidde hij zich via Mexico zuidwaarts en bereikte hij in de loop van de twintigste eeuw Midden-Amerika tot in Panama. Hij leeft vrijwel alleen bij menselijke bebouwing.
Geluid
Een eentonig, herhaald tsjilp, en bij groepen een aanhoudend getjilp; bij alarm een ratelend tsjerr.
Opname: Uku Paal — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
14–16 cm, gedrongen, met een forse kegelsnavel. Het mannetje heeft een grijze kruin, een kastanjebruine band van achter het oog naar de nek, lichtgrijze wangen, een zwarte bef en een bruin, zwart gestreepte rug met een witte vleugelstreep. Het vrouwtje is effen grijsbruin, met een lichte streep achter het oog en een gestreepte rug.
Verwarringssoorten
Het vrouwtje van de Mexicaanse roodmus Haemorhous mexicanus heeft een gestreepte onderkant en geen lichte oogstreep. De roodkraaggors Zonotrichia capensis heeft een grijze kop met zwarte strepen, een roestbruine kraag en een kuifje.
Leefgebied
Steden, dorpen, tankstations, markten, havens en boerderijen, en akkers en weiland daaromheen. Ontbreekt in bos en in uitgestrekt natuurlijk gebied. Eet zaden, graan en afval, en voert de jongen met insecten. Broedt in holtes in gebouwen, lantaarnpalen en reclameborden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In heel Mexico gevestigd bij steden en dorpen, en verder zuidelijk in Guatemala, Belize, El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama, daar vooral in steden en langs de grote wegen; in afgelegen gebieden aan de Caribische kant plaatselijk afwezig. Van nature in Europa, Noord-Afrika en grote delen van Azië; ingevoerd in onder meer Noord- en Zuid-Amerika, zuidelijk Afrika en Australië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Bij tankstations, markten en pleinen in steden en dorpen; in natuurgebieden ver van bebouwing vrijwel nooit.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een exoot. Hij concurreert bij gebouwen met inheemse soorten zoals de Mexicaanse roodmus om nestplaatsen.
Wetenschappelijke naam
Passer domesticus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Fringilla domestica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Passer werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Passer is het Latijnse woord voor 'mus'. domesticus is Latijn voor 'bij het huis horend', naar het leven van de vogel in de nabijheid van de mens. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.



