Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Humboldtgent
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes
Humboldtgent | Sula variegata
Peruvian Booby | Bobo peruano
De humboldtgent leeft in de koude Humboldtstroom voor Peru en Chili en is in het gidsgebied een dwaalgast, geen inheemse soort. Wanneer het zeewater daar tijdens El Niño opwarmt en de ansjovis wegtrekt, zwermen de vogels noordwaarts uit. In zulke jaren worden ze aan de Pacifische kust van Panama en Costa Rica gezien, soms in kleine groepjes.
Geluid
Op zee stil. In de kolonie fluit het mannetje, het vrouwtje geeft toeterende en kwakende roepen.
Opname: Cristian Pinto Fernandez — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
74–76 cm, een middelgrote gent. Kop, hals en onderdelen zijn wit; de bovendelen en bovenvleugel zijn donkerbruin met witte veerranden, waardoor rug en vleugeldekveren wit geschubd of gevlekt lijken. De stuit is wit, de staart donkerbruin. Op dijen en flanken zitten donkere strepen. De snavel is blauwgrijs, de naakte gezichtshuid donker, de poten zijn blauwgrijs tot donkergrijs. Vrouwtjes zijn groter dan mannetjes. Jonge vogels hebben een bruiner gevlekte kop en hals en zijn op de onderdelen minder zuiver wit.
Verwarringssoorten
De blauwvoetgent Sula nebouxii lijkt sterk, maar heeft helderblauwe poten, een lichtbruine, fijn gestreepte kop en hals in plaats van een witte, en een minder wit geschubde rug; in het noorden van Peru komen hybriden tussen beide soorten voor. Jonge maskergenten Sula dactylatra en nazcagenten Sula granti hebben een bruine kop en hals met een witte halsband. De cocosgent Sula brewsteri heeft een egaal bruine borst die scherp afsteekt tegen de witte buik.
Leefgebied
Koude, voedselrijke kustwateren, waar de vogels in groepen dicht onder de kust duiken naar ansjovis en andere scholvis. Rust op rotsen, kliffen, pieren en boten. In het gidsgebied vooral gezien bij kapen, havens en in baaien langs de Pacifische kust, soms samen met blauwvoetgenten en cocosgenten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Een klein aantal gevallen in het gidsgebied, vrijwel alle aan de Pacifische kust van Panama en Costa Rica, zoals in de Golf van Panama, in Chiriquí, in de Golf van Nicoya en bij het schiereiland Osa. De meeste gevallen vallen in El Niño-jaren, wanneer soms meerdere vogels tegelijk aanwezig zijn. Buiten het gidsgebied broedt de soort op eilanden en kliffen langs de kust van Peru en Chili en zwerft ze tot in Ecuador en Colombia.
Hoe en wanneer kijken
Bij een El Niño loont het om zeevogels voor de Pacifische kust van Panama en Costa Rica te bekijken, bijvoorbeeld vanaf de Amador Causeway in Panama-Stad of vanaf de veerboot uit Puntarenas. De witte kop en de donkere poten zijn de beste kenmerken tegenover de blauwvoetgent.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. De populatie is groot, maar schommelt sterk met het aanbod van ansjovis en neemt in El Niño-jaren sterk af. In het gidsgebied een dwaalgast zonder vaste aanwezigheid.
Wetenschappelijke naam
Sula variegata | (Tschudi, 1843)
Tschudi beschreef de soort in 1843 als Dysporus variegatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sula werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Sula gaat terug op súla, het Oudnoorse en IJslandse woord voor de jan-van-gent; die naam ging over op de genten. variegata is Latijn voor 'bont, gevlekt', naar de gespikkelde bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit eilanden voor de kust van Peru.


